Laatste foto’s van Grand Turk

Als we s’ochtends 30 meter achter de boot snorkelen zijn we bij de “Wall”. Vanaf daar gaat het 700 meter naar beneden. We zien weer een hoop vissen, blijft altijd leuk.

En er komen weer wat toeristen aan op sedgways.

Samen met Nikki gaan we naar een hotel, waar haar man Raymond op de bongo’s speelt.

Lekkere muziek, eindelijk eens geen Marley.

We wagen zelfs nog een dansje samen met 3 honden, die ook de dansvloer op gaan!
Oh just a bit of fun
Na het bezoek aan het museum dronken we eerst een biertje op weg naar de Salt Raker (het eiland produceerde vroeger veel zout) waar we met Nicky een biertje gaan drinken. Je moet dat soort reizen een beetje opbreken en we zijn blij, dat we dat gedaan hebben, want toen we door wilden lopen naar de Salt Raker was er ineens een heleboel commotie rondom de steiger waar onze dinghy lag. James Godet, een eilander met Nederlandse voorvaderen uit Suriname riep naar Hanneke en vertelde dat de dinghy los was. We hadden eerder uitgebreid met James staan te praten en dat bleek onze redding te zijn.

Een aantal kwajongens hadden voor de lol onze dinghy losgegooid. James stuurde meteen iemand er achteraan, die probeerde Klontje in te halen. Soms leek hij te winnen, dan was de wind weer de baas. Een andere local besloot, dat dit niet ging lukken. Hij holde naar zijn huis en greep zijn zwemvinnen en dook ook het water in, maar hij had wel al een hele grote achterstand op het bootje. Gelukkig kwam er op dat moment een soort speedbootje langs, die de hele zwempartij overbodig maakte en ons klontje terughaalde. 

Pim had nog een van de jongens aangesproken en hem gevraagd waarom ze in hemelsnaam zoiets gedaan hadden. “Oh, just a bit of fun” was zijn onbegrijpelijke antwoord, voor hij het weer op een rennen zetten om uit handen van de politie, die inmiddels ook was gewaarschuwd, te blijven.

Het is extreem vervelend om het slachtoffer te zijn van dit soort kwajongensstreken. Zij zien het als een alternatief voor belletje trekken, terwijl wij onze dinghy, en dat is onze boodschappenauto om van huis waar dan ook te kunnen komen, kansloos weg zien drijven. Dinghy’s worden ook wel gestolen, maar dit soort botte grappenmakerij komt veel vaker voor. Vandaag ligt de dinghy weer aan de stalen kabel op slot. Het was echter hartverwarmend om te zien hoe de mensen ons hielpen. Zij waren minstens even teleurgesteld in het gedrag van de kinderen als wij dat waren; plaatsvervangende schaamte is het betere begrip.
Salt Cay
Er wonen hier maar 75. mensen.

Ook hier weer kanonnen natuurlijk.

Het is een plat driehoekje met een paar huizen erop.

We blijven op aandringen van de eigenaresse Debbie een hapje eten. Het menu is spareribs en ondanks dat we niet van te voren hebben gereserveerd, mogen we toch blijven.

Het wordt een gezellige avond met dansen na. Hanneke danst met een man, die vroeger een dansstudio had. Pim met Debbie, heupomvang: 1 m.

We zien heel langzaam een schildpad langszwemmen en later 2 sharks. Op hun gemakje een beetje cruisen. Zelfs een zwart zeepaardje, dat is vrij byzonder.

Dit is de “White House”. Het staat zelfs op de kaart. De eigenaar was ook de eigenaar van de zoutmijn. Zijn kleinzoon woont er nog.

Er zijn 2 dorades gevangen. Dat is beter dan een alleen!
Op Salt Cay wonen ongeveer 75 mensen permanent. Dat is een uitdagende levensstijl. Heel simpel, als je niet geliefd bent, kun je beter vertrekken en je krijgt alleen iets voor elkaar, als je het met elkaar doet. Zo zagen wij Richard, de gids met wie wij gingen duiken, handsignalen maken met iemand, die een blauw pakket oppakte en naar het einde van de pier liep. Zodra hij daar was aangekomen startte Richard de buitenboordmotor en voeren we rustig naar het einde van het havenkommetje. Toen we ongeveer halverwege waren kwam het blauwe pakje weer boven. Het was een net en ze openden het boven de pier en er vielen tientallen spartelende sardines op de pier. Richard voer rustig door en de man kon het net nog twee keer gooien, voordat wij er voorbij waren. Onze duikende collega vertelde ons, dat ze dit iedere keer deden rondom deze tijd. De sardines schrikken van de motor en gaan op de vlucht. Het is een voorbeeld van het soort samenwerking, dat het mogelijk maakt in zo’n kleine gemeenschap te leven.
Heel stil hier

Dit is het kanaaltje van de zoutmijn naar zee.

Er zijn veel ezels. s’Nachts hoor je ze balken.

Omgeknakt tijdens de hurricane, maar nu wel met een groot nest bovenin.

Moeilijk om een leuk voortuintje te hebben als het zo weinig regent. Laatste regenbui was vorig jaar augustus.

Als je goed kijkt, zie je een reiger middenin staan.
Website; www.demachtvantien.nl
Vanmorgen om half zeven zijn we vertrokken uit Salt Cay. Best wel spijtig.
We ontmoetten gisteren weer wat mensen die een tweede huis op Salt Cay
hebben. Er zijn ongeveer 25 huizen, die zo bewoond worden. We hebben drie
eigenaren ontmoet. Ze hebben verschillende redenen om daar te zijn. David
houdt enorm van vissen, Philip vliegt er graag met een van zijn eigen
vliegtuigen naartoe en van de leukste van het stel zijn we helaas de naam
vergeten. Het is een New England Amerikaan die in Parijs woont. Hij zoekt er
vooral de rust en de eenvoud. Als zijn vrouw, een fotografe die een boek
over het eiland heeft gemaakt, er niet was geweest, was de verkoop aan de
Slovenen, die het hele
eiland lock, stock and barrel van de vorige corrupte regering hadden
gekocht, waarschijnlijk wel doorgegaan. Zij kreeg het echter op de “rol” bij
het Britse Lagerhuis, waardoor er ingegrepen werd. Uiteindelijk schijnt er
met de Slovenen een deal gemaakt te zijn, dat als zij alle aanspraken
opgaven
en zich nooit meer zouden laten zien, de Engelsen er geen werk van zouden
maken. Dat schijnen de Slovenen zo geaccepteerd te hebben.
We werden uitgenodigd voor sundowners bij Philip, maar we besloten, dat het
niet verstandig zou zijn en bedankten. Hanneke heeft nog een hele tijd
zitten praten met Debbie, die een winkeltje, het restaurant, Salt Cay Divers
en een mini resortje runt. Ze is wel zo’n beetje de bazin op het eiland,
hoewel Tim, van het Witte Huis, daar misschien anders over denkt. We moesten
een beetje een keuze maken. We moeten of donderdag het land uit
zijn of we moeten een cruising permit voor $300 kopen. Pim wil echter werken
aan zijn website die de lucht in moet en dat gaat hiervandaan niet echt
lukken. Voor het internet zou hij afhankelijk zijn van het terras van
Debbie, maar juist daar strijkt Philip rond een uur of drie neer om daar
zijn twee kolossale Margaritas te drinken en met wie dan ook, Pim dus, te
gaan praten. Dat je ,met een open Mac voor je neus zat te werken weerhoudt
hem niet. Hij legt dan wel uit dat de PDA toch wel een erg grote invloed
heeft op het sociale gedrag van mensen. We praten niet meer met de mensen om
ons heen, maar doen vingeroefeningen met de mensen op afstand. Pim begon
niet te sms’en toen hij er al zat, maar hij zat te werken. Het was
natuurlijk wel gezellig en leerzaam om met de man te praten.
Eerder op de middag was Lionel langsgekomen. Lionel hadden we voor het eerst
ontmoet toen we aankwamen op Salt Cay. Hij vertelde toen al, dat hij
minstens vijf keer als bemanning van een supertanker in Rotterdam was
geweest en dat hij Holland prachtig vond. Dat verhaal vertelde hij ons ook
de volgende dag om 10 uur, na onze eerste duik, met een biertje in de hand
en toen hij die middag weer in de kroeg kwam vertelde hij het hele verhaal
voor de derde keer. Dit keer niet aan Pim, maar aan de mensen om ons heen,
die het ook allemaal moesten horen.
Op Salt Key werken gaat niet werken.
Het volgende alternatief is Providenciales, het drukste eiland van Turks en
Caicos. Als je van resorts houdt, dan is dat echt iets om uit te checken.
Voor ons geldt dat echter niet en we geven er dan waarschijnlijk ook de
voorkeur aan op tijd het land te verlaten en naar de Bahama’s te gaan. Ook
daar moeten we waarschijnlijk een dure cruising permit kopen, maar
vermoedelijk hebben we dan wel iets meer faciliteiten. De website
www.demachtvantien.nl krijgt nu de voorrang.
We schrijven dit op weg naar French Cay. Dat schijnt het juweeltje van T&C
te zijn wat betreft snorkelen en duiken en dat willen we niet missen. Dan
kunnen we ook de onderkant van de boot weer een keer goed schoon maken, want
dat is echt nodig. Er moet nodig nieuwe anti fouling op. Dat is aan de
vroege
kant, maar er zaten maar twee lagen op. We gaan kijken of dat voor een
schappelijke prijs op de Bahama’s kan of dat we dat in Florida moeten doen.
We willen het werk zelf doen, maar daarvoor moet Nelly Rose een paar dagen
de kant op. Bovendien moeten we het goede spul eerst zien te bemachtigen.
Op French Cay is helemaal niets of niemand, vandaar dit bericht via de
sateliettelefoon. We gaan morgenavond of donderdagmorgen vroeg door naar
Provo, zoals intimi Providenciales noemen. Daar gaan we weer voor een dag of
tien voer inslaan en dan verder naar het noord-westen. We gaan onszelf dan
voortdurend voorhouden, terwijl we vlak langs Cuba varen, dat we daar
volgend jaar naartoe gaan. Nu eerst de website.
French Cay

We varen om half zeven weg voor de 80 mijl naar French Cay. Met een beetje geluk doen we dat binnen de 12 uur. Op een derde van de tocht hebben we een mogelijkheid om te ankeren als we denken dat we niet voor donker kunnen aankomen, maar het is weer zo’n heerlijke zeildag waarbij Nelly Rose voor de wind een knoop of zes loopt en later loeven we op en zeilen halve wind naar French Cay. French Cay is voor duikers een pracht plek. Er liggen twee grote ‘live aboard’ boten waarvandaan gedoken wordt. Het eiland zelf is erg plat met alleen maar gras en heel veel vogels.
Het hoogste punt van het eiland komt maar een paar meter boven de zeespiegel uit en het duurde dan ook lang voor we het zagen op de horizon.
Het zijn hele elegante vogels, een soort sterntjes en ze kunnen bijster goed vliegen.
Het is een komen en gaan gedurende de laatste minuten zonlicht.
De volgende ochtend lijkt het bijna alsof de vogels aan de onderkant azuurblauw zijn. Ze zijn echter spierwit, maar de kleur van het water weerspiegelt op hun veren.
We snorkelen voor het ontbijt naar het strand en worden verwelkomd door een luid schreeuwende kolonie vogels. We hebben het eiland verder helemaal voor ons alleen.
Het was best een stevig stukje zwemmen om bij de kant te komen. We konden met Nelly Rose niet dichter bij de kant komen, omdat de laatste paar honderd meter niet dieper waren dan anderhalve meter of nog minder. Wat een leven!

Als je over het eiland heen kijkt zie je alleen maar heel veel gras en geen andere begroeiing. We durven niet door dat gras te lopen in de angst de ontelbare vogelnesten te verstoren of te beschadigen.
Het laatste stuk voor het strand is bezaaid met Conch-shells. Sommigen zien er nog gezond uit, maar voor het grootste deel lijkt het toch op een Conch-kerkhof.
Pim zag nog een grote barracuda die hem nijdig aanstaarde van redelijk dichtbij. Het is voor die barracuda daar tafeltje dekje, want het barst van de kleine visjes tussen het gras en boven de zandplaten daartussen.
We zijn weer bijna terug bij Nelly Rose.
We durfden met gemak weg te zwemmen bij de boot, want het anker ligt goed ingegraven. Het eiland gaf ons wel beschutting tegen de golven, maar de 20 knoop wind werd er nauwelijks door afgeremd. Als het anker zo erbij ligt mag het rustig nog een heel stuk harder waaien. Wel kun je aan de sporen van de ketting zien, dat we wat liggen te zwieren. Daar merk je helemaal niets van.
Mooi koraal vlak onder de boot. Terwijl we het onderwaterschip aan het schoonmaken waren zwommen daar allerlei hele mooie vissen omheen.
We voeren na de lunch over het rif de 15 mijl naar Providenciales, waar we morgen gaan uitklaren. Het was een merkwaardige gewaarwording om weer eens in helblauw 4-5 meter diep water te varen in plaats van het diepblauwe duizenden meters diepe water. We moesten er echt aan wennen. De golfslag leek verdacht veel op die van het IJsselmeer. Er waren maar een paar echt linke ondieptes (koraal), maar die waren goed aangegeven op de kaart. Morgen aan de westkant eruit wordt een stuk spannender.
Providenciales (Provo voor de locals)
We varen de hele dag over 4 meter water, dat is wel wat anders dan we gewend zijn. We hebben maar twee meter azuurblauw water onder de kiel nadat we maanden alleen duizend meter en meer (bij Puerto Rico 7000 meter) donkerblauw water onder ons hadden. De golfslag is ook op zijn IJsselmeers, kort. Het is weer een prachtige zeildag en helemaal tevreden laten we het anker zakken in Sapodilla Bay.
We liggen hier in Sapodilla Bay, een baai waar de hoi polloi, the riffraff, door hekken wordt gescheiden van de happy few. Mensen die behoren tot de upper ten, die zich moeten afscheiden van hun omgeving, omdat het contrast met hun levensstijl te groot is, onoverbrugbaar groot. Ik (Pim) kan het die happy few niet kwalijk kan nemen, want zij spelen het spel zoals het vandaag anno 2013 gespeeld moet worden en zij zijn daar goed in. Of ik dat spel het leukste spelletje vind wat er is laat ik even in het midden.
Het is een kleine baai. toen we aankwamen lagen we er rustig, maar er komt meer wind. die ruimt dan eerst meer naar het zuiden, waardoor we iets meer deining te verduren krijgen. We kunnen ermee leven.
Het is hier op veel plekken lastig navigeren en dat blijkt ook wel uit dit omgedraaide wrak.
Wij zijn omringd door luxe, en ik bedoel luxe villa’s, die rechtstreeks aan het strand liggen, maar daarvan zijn afgescheiden door een decent koord. Geen echte gated community, maar de intentie is duidelijk. Providenciales, Provo voor de intimi, is de speeltuin van de ‘Überrich’. De afstand tot de bevolking kan ik alleen als gestoord kwalificeren. Wij gaan uitklaren bij de havenmeester.
We lopen langs een werkelijk prachtige azuurblauwe lagoon naar de industriële haven.

Hier kunnen we pas naar binnen als we onze paspoorten hebben laten zien en een pasje met een nummer opgespeld krijgen. Die van Pim is : 007 ! Eigenlijk moesten we vandaag weg, maar aangezien er slecht weer wordt verwacht, mogen we tot zondag blijven liggen, maar we moeten wel morgen weer terugkomen om de papieren in te vullen.
Het gevolg van de standaard van het toerisme hier op het eiland is wel, dat het voor gewone stervelingen ongelofelijk duur is. De taxirit naar de supermarkt kostte $35,-, voor een ritje van misschien net tien minuten. We dachten nog even, dat we getild werden en probeerden voor de terugweg een beter tarief af te dwingen; resultaat $36,-. Alles wat je in de supermarkt, die overigens de strijd met iedere Nederlandse grootgrutter aan zou kunnen; alles wat je in die supermarkt in de handen nam kostte ten minste $5,-; met uitzondering van de sinaasappels, die waren $1,50 per stuk.
Voor de verschillende troeteldiertjes die bij deze toeristen horen is een aparte afdeling in de supermarkt. Hanneke noemde het de hondenkamer, maar ik denk dat er ook voor de Perzische kat of een Siamees passend voer te vinden zal zijn.
Ze hebben hier wel hele mooie boodschappenkarretjes. Dat doet ons dan wel meteen denken aan de kleinkinderen, die we graag in zo’n kar zouden willen zetten.

Geen Dinghy Dock hier, gewoon het strand optrekken. Alle mooie steigertjes zijn privé.

Terug aan boord is even druk voor Pim. Hij is aan de beurt om te koken en hij heeft beloofd om voor kapper te spelen. Er gaat ongeveer 7 cm. vanaf!
Tijdens het koken en het knippen genieten we van het entertainment op de marifoon. Het mondde uit in een prachtig staaltje van “one-up-man-ship. Dat begon eigenlijk al toen we nog bij de Port Authority waren.
Rijk zijn is relatief. Het maakt niet uit hoeveel je hebt, maar het moet méér zijn dan de ander. Als je bij het rijkere kamp hoort, dan straalt dat op je af en mag je jezelf de daarbij behorende arrogantie aanmeten. Zo stonden Hanneke en ik bij de Port Authority in de rij naast de captain van de Milk and Honey. Een leuk motorjachtje van een meter of 35, dat je met zijn tienen kunt charteren. Er zijn dan 8 man bemanning aan boord om je te helpen met alle speeltjes en om er voor te zorgen dat het zwembadje op het voordek mooi schoon is. De man keurde ons dan ook nauwelijks een blik waardig. Hij in loondienst, een lakei, wij lekker op onze eigen Nelly Rose onderweg. We kunnen het hebben. Ook in die wereld heb je echter rangen en standen.
Terwijl wij aan een heerlijke Risotto al Funghi zaten hoorden we op de marifoon een prachtige discussie tussen “Provo Radar”, de verkeersleiding hier in de buurt, motoryacht “A”: en een live aboard diving boot waarvan we de naam niet verstonden. Motoryacht “A” is het speeltje van Andrey en Alexandra Melnichenko. Het is een door Philip Stark ontworpen jacht, dat we al eerder bij St. Maarten en St. Barts zijn tegengekomen en waarvan we toen al een keer een foto hebben geplaatst. De captain van Motoryacht “A” is een keurige Engelsman, die onvoorstelbaar beleefd bleef in zijn gesprekken met Provo Radar. Provo Radar gaf hem aan waar hij mocht ankeren, maar zei er wel bij, dat ze goed moesten oppassen, want dat er normaal gesproken weinig jachten van die omvang daar in de buurt ankerden. Geen probleem zei de captain, we ankeren in 40 meter diep water in de buurt van die mooring boei die daar ligt. Dat werd afgezegend door Provo radar. Niet al teveel later kwam de captain van de live aboard diving boot in de lucht. Hij richtte zich rechtstreeks tot Motoryacht “A” en stelde hen op de hoogte van het feit, dat hij best wel groot was en aan die mooring zou gaan liggen. “We will be diving from there tomorrow morning.”
“Oh, absolutely no problem sir. I will stay well clear from you. Just how long are you?” De live aboard antwoordde, dat hij 120 voet lang was en dat hij behoorlijk aan zijn mooring zou rondzwaaien. Vervolgens vroeg hij aan Motoryacht “A” (http://en.wikipedia.org/wiki/A_(yacht) hoe lang zij eigenlijk wel waren. “We are 119 METRES sir” sprak de man met nog net beschaafde stem. “We’ll stay 400 feet clear of you and anchor in 50 meters of water. Motoryacht “A” standing by on 16. Out”.
MAYAGUANA
We hebben weer land in zicht; Mayaguana, onderdeel van de Bahama’s. We zijn vanochtend om half zeven vertrokken uit Sapodilla Bay, nadat we gisteren avond al alles klaar hadden gemaakt voor vertrek. De hoes van de fok er af en de dinghy aan dek, veel meer hoefden we niet te doen. De dinghy ligt dan boven het luik van onze slaapkamer en dat kwam voortreffelijk uit, want in de loop van de nacht kwam er een stortbui over van ongekende proporties. Dat had het grote voordeel dat de boot meteen bevrijd was van alle stof dat de afgelopen dagen vanaf South Dock over ons heen was gewaaid.
Het is goed, dat we gewacht hebben tot vandaag. Het had de afgelopen dagen best wel gekund, maar dan zou het stoer geweest zijn. Nu was het gewoon weer een heerlijke zeildag. De bewolking die nog over was van de bui trok snel weg, zodat we bij het wegvaren van een prachtige zonsopgang konden genieten. De eerste twee uur voeren we nog over het grote rif en dat deden we op de motor. Zo kunnen we water maken en een beetje extra stroom draaien en het geeft toch een wat veiliger gevoel, omdat je iets wendbaarder bent en de snelheid wat makkelijker controleert. Toen we echter de ongelooflijk scherpe overgang – daar komt nog een foto van – van het azuurblauwe water van het rif naar de donkerblauwe Atlantische diepte passeerden, gingen meteen de zeilen omhoog. De wind komt schuin van achteren met ongeveer 10-15 knoop (4 Bf) en dat is werkelijk verwennerij.
Nog 5 mijl en dan gaan de zeilen er weer af, want dan begint de puzzeltocht in Abraham’s Bay. Net zoals het eerdere rif ondiep en met allerlei obstakels onder water. Dat was dan ook de reden om zo vroeg te gaan varen, zodat we met een nog redelijk hoog staande zon het allemaal een beetje kunnen overzien.
De Bahama’s, weer een geheel nieuwe bestemming. Groot, heel veel eilanden en met hele verschillende karakters.
Mayaguana verslag
Dit verhaal komt weer tot u via de satelliet telefoon. Internet op Mayaguana
bestaat wel, maar is niet echt makkelijk toegankelijk. Hanneke vond een
plekje, zittende op de stoep voor het overheidsgebouw, waar ze op het web
kon, maar verder was het allemaal lastig.
We kwamen eergisteren aan het einde van de middag aan in Abraham’s Bay, met
voldoende licht om de “bombies” (soort grote bloemkolen van rots en koraal
onder water) te kunnen zien, zodat we ze goed konden ontwijken. Pim op de
punt en Hanneke aan het roer. De hele baai is ondiep en wordt, naarmate je
dichter bij de settlement Abraham’s Bay (de hoofdstad) komt, te ondiep voor
Nelly Rose. We ankeren rond een uur of 5 op ongeveer 1 mijl van het
Government dock. We besloten pas de volgende ochtend aan de kant te gaan.
De volgende dag blijkt het zelfs voor onze dinghy te ondiep te zijn. We
moeten uitstappen en door glibberige modder Klontje voortslepen. Dat was dom
van ons, want er is een “paadje” met staken aangegeven waar we wel genoeg
water gehad zouden hebben. Dat was, na een hartelijk welkomstwoord, het
eerste wat Yule Charlton ons wist te vertellen. Het is even een weetje.
Je moet verder naar buiten varen, dan je zou denken om dat pad op te pikken.
Yule, genoemd naar Yule Brunner (the koning van Siam), was van plan om een
hoop geld aan ons te gaan verdienen. Hij kon alles regelen. Probleem is
wel, dat wij niets nodig hadden. Hij liep verder gewoon met ons mee en was
eigenlijk niet bij ons weg te slaan. Hij wees ons het kantoor waar we konden
inklaren en onze cruising permit voor de Bahama’s konden kopen. Hanneke aan
het internet en Pim anderhalf uur lang bezig met de procedure. Het was
gewoon echt druk op het kantoor. Het importeren van 100 kg van iets levert
net zoveel papierwerk op als het importeren van een veelvoud daarvan. Er
wonen 225 mensen op het eiland, maar die hebben natuurlijk vrijwel net
zoveel verschillende spullen nodig als op een meer bevolkt eiland. Ik moest
tussendoor geholpen worden. Als dank voor de “vlotte”afhandeling mocht ik,
naast de $300 voor de permit, ook nog $10 doneren aan de reis voor de
jongeren van de St. James kerk (een van de drie kerken in deze settlement
met 90 inwoners) naar Dominíca. Ik hoop tenminste dat het Dominíca is en
niet de Dominicaanse republiek.
Yule had staan te wachten, terwijl Hanneke de Wi-Fi van de overheid
gebruikte. Hij wist een internet café. Daar aangekomen bleek dat gesloten,
zoals eigenlijk alles gesloten was. We waren ook echt de enige boot in de
baai op de boot van een local na. Yule leidde ons rond door de settlement.
We zagen de kliniek waar 2 zusters werken. Eén van hen is ook dominee in de
St. James kerk. De dokter komt eens per maand ingevlogen van een ander
eiland. Daarna kwamen we bij de Abraham’s Bay High School, waar we kennis
maakten met principal Brian Williams. Hij liet ons zijn kantoor zien met
alle trofeeën die de “Pitons”, het track team en het basketbal team van de
school, hadden gewonnen. Er waren 3 lokalen voor de 30 leerlingen van groep
7 tot 12. De lagere school is in Pirates Well aan de andere kant van het
eiland, zodat er optimaal gebruik gemaakt kan worden van de schoolbus.
We zagen ook nog een afgebrand huis. Er is geen brandweer op het eiland en
de bevolking had geprobeerd met emmers het vuur te blussen. Ze hadden de
strijd verloren. Midden in het dorp is een verzamelplaats, waar een aantal
mensen geanimeerd met elkaar stond en zat te praten. Daar in de buurt was
ook een kerk met een merkwaardige voorbouw, bedoeld om bij regen droog
binnen te kunnen komen vanuit de auto.
Het eiland heeft 3 politie mensen met twee auto’s, waarvan er één helaas de
geest heeft gegeven. Of zij er iets mee te maken hebben, weten we niet, maar
het eiland zag er overal goed opgeruimd en schoon uit. De huisjes stonden
meestal goed in de verf en zagen er gezellig uit. Eén ervan had zelfs een
tuin aangelegd. De rest deed daar niet aan. Rondom de huizen werden de resten
van de oude sisal en katoen plantages weggerooid, maar verder gaat dat
gewoon zijn gang.
De meeste huizen hebben een waterput, waar glashelder water uitkomt. In het
midden van de settlement staat ook een grote schuur met een golfplaten dak
waar regen mee wordt opgevangen. Dat water wordt gefilterd en in een kelder
opgeslagen en smaakt werkelijk voortreffelijk.
Na deze rondleiding, van ruim een uur, waren we weer terug bij het begin,
het restaurant van Reggie. Daar hebben we een hamburger met een frisdrank
genuttigd. Yule werd voor de frisdrank naar de winkel gestuurd. De burgers
kwamen uit de vriezer, waarvan de deur met een stok tussen de bar en de deur
werd dichtgehouden.
Het was een bizarre rondgang door een kleine leefgemeenschap, die verder
overal op de Bahama’s familie heeft wonen, maar de Charlestons wonen hier al
zes generaties (de helft van het eiland heet Charleston) en uiteindelijk komen
ze dan toch graag weer hier terug.
Wij zijn vanmorgen om half 11 vertrokken naar San Salvador, een tocht van
ongeveer 24 uur. De Bahama’s zijn ontzettend groot en er zijn heel veel
eilanden. Er zijn hier in de zuidelijke Bahama’s ook veel banken en riffen,
en dan vooral aan de lijzijde van de eilanden, waardoor het niet echt
makkelijk is om beschutte ankerplaatsen te vinden. we zijn benieuwd naar San
Salvador. Vanaf daar komen we in het meer ontwikkelde deel van de Bahama’s.
De foto’s volgen.
















Recent Comments