Simple pleasures / Eenvoudige geneugten

1 januari 2014 21.56

Simple pleasures

Greg and Bev dropped by and asked if we would like to join them for a simple
diner at a private house, a casa particular. It would mean a short ride in a
Cuban cab and the total cost of a dinner for two including a beer or two and
the cab ride there and back was expected to be less than 200 pesos nacional,
the equivalent of US$8,-. As it is not easy for us to buy chicken or meat
here, that sounded very tempting indeed. We met Bev and Greg at 5.30 pm and
were joinmed by Michel from Canada, who was the expert on the restaurant and
getting us there, and Sally in the Galley, who was given the night off from
her cooking duties.
We positioned ourselves along the road and waited for one of the old
American cars that function as taxis along the main road. They work on a
sector system, for each sector you pay ten pesos nacional. In principle
tourists are not allowed to ride these taxis. We have to ride in the far
more expensive taxis that have to be paid in CUCs, because the hard currency
is needed. However, if there is a free space, the drivers hate to let that
go to waste and most will pick you up. However it is important to keep a low
profile and not to give the driver an opportunity to discuss a tariff with
you, because then you will without fail end up paying too much or the driver
will take off. You have to let them know you know the system and that you’re
not just another tourist waiting to overspend.
The taxis are filled or rather packed to capacity. You sometimes see more
than five people in the back and at least three, including the driver, in
the front. It was therefore obvious, that we would not make it as a group
and that we would have to split up. Hanneke, Sally and I were newcomers to
this form of transport, so we split ourselves in two groups. Hanneke would
go with Bev and Greg and Sally and I would ride under the supremely
confident guidance of Quebecois Michel. The first taxi to stop had enough
space to squeeze Hanneke and her party in there. As soon as Hanneke sat
down, someone placed a box with a cake of some sort in her lap and they took
off. We waved our goodbyes and hoped to see each other again within the near
future.
It took quite a while for another taxi to stop for us , but then I finally
had my first experience of riding in one of these Cuban taxis. It is a far
cry from the ride we are used to get from modern cars, but it got us in the
right direction until we were stopped by the police. This is potentially
worrying, especially for the driver, as we have no right to be in the car.
He got out immediately, but since his deliberations were taking place behind
the vehicle – we didn’t want to turn around and show our tourist faces any
more clearly than strictly necessary; especially not my blond curly hair
which is a bit of a rarity here in Cuba – I can’t give an accurate account
of what went on, but after a few minutes the driver came back and continued
the journey. We got to the place where we wanted to get off and were happily
reunited with the others.
A short walk into a side street brought us to a gate, where we pushed a
doorbell. It was immediately obvious from the body language of the guy that
opened it, that we were not going to have dinner there. Whether there was a
private function going on or that they were just closed because of the
New-year celebrations that go on here for the whole week, we don’t know, but
it wasn’t going to happen. Michel was not going to be denied and using a
unique blend of Canadian French and English decorated with the odd word of
Spanish, the guy at the door came up with an alternative. It would not be a
Peso Nacional restaurant, but a CUC place, where he could organise a dinner
for us for $2.50 (a CUC is written as $) per plate. Beers would be $1.50.
He made a phone call to the restaurant and made sure we would be welcome. By
now it was dark, but we found our way back to the main road in search of a
taxi. A local old men with a dog wanted to help us and tried to make us wait
for a WaWa. That is a bus that costs virtually nothing to ride, but that is
usually filled to capacity. We will have to wait for that experience for
another time because a empty taxi stopped for us. Four of us jumped in the
back, Hanneke on my lap, and two in the front. Thanks to the instructions of
the helpful old guy we stopped after another short ride in front of the
restaurant, where we were met by Alexander, who was already expecting us.
Not quite clear about where we were we almost entered the private house of
the family living on the grounds, but eventually we were seated on an
terrace built in the water a few metres from the shore. It turned out we
could see the Marina Hemingway from where we were seated. We enjoyed our few
beers and had an excellent meal before we walked back to the Marina.

Eenvoudige geneugten

Greg en Bev kwamen langs en vroegen of we zin hadden om hun te vergezellen
naar een etentje in een privé woning, een Casa Particulár. We zouden een
korte rit in een Cubaanse taxi moeten maken en de totale kosten voor een
diner voor twee inclusief een biertje of twee en de taxirit heen en terug
zou naar verwachting minder dan 200 Pesos Nacionál bedragen; dat is minder
dan €6,-. Omdat het voor ons hier niet makkelijk is om vlees of kip te
kopen, en zeker niet voor minder geld dan die €6,-, was dit een erg
verleidelijk idee. Om 17.30 verzamelden we bij de ingang van de marina. Bev
en Greg en Michel uit Canada, hij is de expert die het restaurant kende en
wist hoe we daar met de taxi moesten komen, en ook Sally in de Galley. Zij
had een avond vrij gekregen van haar kookplichten op de Japanse catamaran.
We gingen aan de hoofdweg staan en wachtten daar op een van de oude
Amerikaanse auto’s die hier als taxi worden ingezet. De taxi’s hanteren
tarieven op basis van een sector systeem. Voor iedere sector, die je geheel
of gedeeltelijk aflegt, betaal je tien peso’s nacionál. Van hier naar het
centrum van de oude stad kom je kennelijk door een stuk of vijf sectoren,
zodat zo’n rit je vijftig peso’s nacionál zou kosten. In principe is het
deze taxi’s niet toegestaan om toeristen te vervoeren. Wij horen ons te
verplaatsen in de veel duurdere taxi’s, die in CUC’s betaald moeten worden,
omdat de regering echt heel hard deviezen nodig heeft. Als er echter nog een
vrij plaatsje is, dan vinden de chauffeurs het zonde om een nog onbezette
plaats vrij te laten en de meesten zullen je toch meenemen. Het is dan wel
belangrijk om onopvallend te blijven en de chauffeur geen gelegenheid te
geven om over de prijs te gaan praten, want dan betaal je zonder mankeren
uiteindelijk teveel of de chauffeur laat je staan. Je moet in je
lichaamstaal duidelijk maken dat je het systeem kent en dat je niet zomaar
een toerist bent die bereid is om teveel te betalen.
De taxi’s zijn vol, of liever volgepropt, totdat er echt niets of niemand
meer bij kan. Je ziet soms meer dan vijf mensen achterin en minstens drie
mensen, inclusief de chauffeur, voorin. we konden er dan ook van uit gaan,
dat we niet met zijn zessen in een enkele taxi zouden belanden en we moesten
ons dan ook opsplitsen in twee groepen. Hanneke, Sally en ik waren
nieuwelingen in dit soort reizen en wij werden dan ook opgesplitst. Hanneke
ging met Bev en Greg mee en Sally en ik zouden reizen onder leiding van de
uitermate zelfzekere leiding van Quebecois Michel. De eerste taxi die
stopte, had net genoeg plaats voor de ploeg van Hanneke. Zij zat nog niet in
de auto of ze kreeg al een grote taartdoos op haar schoot geplaatst, en de
taxi vertrok. We zwaaiden nog een keer en hoopten elkaar in de nabije
toekomst weer te zien.
Het duurde inderdaad een tijdje, voordat er weer een taxi langs kwam waar
wij met zijn drieën in konden, maar eindelijk had ik mijn eerste ervaring
met een rit in een van deze Cubaanse taxi’s. Het is een heel groot verschil
met de een rit in het soort moderne auto’s die wij inmiddels eigenlijk
vanzelfsprekend vinden, maar het ging in de goede richting, totdat we door
de politie werden aangehouden. Dat was in principe vooral voor de chauffeur
een zorgelijke ontwikkeling, omdat wij, zoals gezegd, eigenlijk niet in deze
auto’s mogen meerijden. De chauffeur stapte meteen uit maar omdat het
gesprek met de overheidsdienaar achter de auto plaatsvond de auto en wij
onze toeristen hoofden niet overduidelijk wilden presenteren door ze om te
draaien – vooral mijn blonde krullen zijn best wel een beetje zeldzaam hier
in Cuba -, kan ik geen accuraat verslag geven van wat er zich afspeelde. Na
een paar minuten stapte de chauffeur weer in en vervolgde, zonder verder
iets te zeggen, zijn weg. We kwamen bij de afgesproken plaats en werden
gelukkig weer verenigd met de anderen.
We liepen een klein stukje een zijstraat in en kwamen bij een ijzeren deur
van een ommuurde tuin, waar we aanbelden. Het gezicht van de man die ons
opende verried ons meteen, dat we hier niet zouden gaan eten. Of er nou een
privé feestje aan de gang was of dat ze gewoon gesloten waren vanwege de
nieuwjaarsviering die hier de hele week duurt was niet duidelijk, maar het
ging niet gebeuren. Michel gaf niet zomaar toe en met een unieke mix van
Canadees Frans en Engels, opgeleukt met een enkel Spaans woord slaagde hij
erin de man aan de deur zover te krijgen dat hij met een alternatief
voorstel kwam. Het zou geen Peso Nacionál restaurant zijn, maar een $(CUC)
restaurant, waar hij voor ons een diner kon organiseren voor $2,50 per
couvert. Bier zou $1,50 kosten. Hij telefoneerde met het restaurant om zich
ervan te overtuigen dat we ook terecht konden.
Het was inmiddels pikkedonker geworden, maar we vonden de hoofdweg weer
zonder problemen, in de hoop daar weer een taxi te kunnen bemachtigen. Een
lokale oude man met een hond wilde ons bereidwillig helpen en probeerde ons
ervan te overtuigen, dat we moesten wachten op een WaWa. Dat is een bus
waarmee je vrijwel voor niets kunt reizen, maar die daarom ook altijd
absoluut stampvol is. We zullen tot een andere keer moeten wachten om ook
dat een keer mee te maken, want er stopte een lege taxi voor ons. We
sprongen met zijn vieren achterin, Hanneke bij mij op schoot en twee man
voorin. Dankzij de instructies van de oude man stopten we na een korte rit
voor een restaurant, waar we verwelkomt werden door Alexander, die ons al
verwachtte. Het was ons niet helemaal duidelijk waar we waren en we liepen
bijna de privé woning binnen van de familie die op dat terrein woonde, maar
we werden door de tuin geleid naar een terras boven het water, een paar
meter van de vaste wal. We konden vanaf het terras de Marina Hemingway zien.
We dronken een paar biertjes en kregen een uitstekend maal voorgeschoteld,
zodat we uiteindelijk geheel voldaan terug wandelden naar onze Nelly Rose.

Comments { 0 }

Off the beaten track / Van de gebaande weg

29 december 2013 17:12

Off the beaten track.

We’re off the beaten track again and that means we’re surrounded again by other cruisers. It is immediately a different world, but of course with its own variations. We’re here with Americans who show scant disregard for the stupid blockade – more about that later – that the American Government has imposed on them. These blockade runners all have their own ways of getting here. Some keep their boat in the marina, others actually sail in and out of here risking a run in with the USCG. There are Australians, Canadians, Frenchmen, Germans, Italians, Japanese and, of course, we, the Dutch. There is also a boat in the harbour flying the Chinese flag, but that boat belongs to a Chinese man married to a Cuban lady and working for a Chinese tourist office in town. The Chinese influence in Cuba, as everywhere else in the Caribbean, is growing rapidly; we have been told.
We met all the cruisers during the Cruisers Christmas dinner at the Chinese restaurant here in the marina. Greg and Bev are from Fremantle, our age and they are on their second circumnavigation. They spent a long time in Turkey, where they took a cat on board. Unfortunately the cat ran off a couple of days ago and hasn’t been seen since; sad. They have borrowed our daughters book about her circumnavigation with her family and, although it is in Dutch, they love it. There is one boat with young people from Canada and Australia, 4 guys and a girl. They have all taken a year off work, bought the boat in the USA and are now sailing it to Australia, where they will sell it as there is a ready market for well built boats. The Japanese are on board of the first Japanese Catamaran to make a circumnavigation. They have the luxury of having a cook on board, American Sally in the Galley (www.sallyinthegalley.net), who is cooking her way around the world. It is a multicultural experience for all of them, as Japanese is of course the main language on board and Sally’s cooking is not specifically Japanese.
When we were in Old Havana we met Taira San and Sally as they sat waiting for the bus to return to the marina. The band at the cafe had a lovely trick of asking someone’s name and incorporating that in a song. They started with Hanneke, who goes by Joanna here, and that was easy. But then they got more ambitious and asked and got Taira San’s name. The band almost wet themselves laughing as they did find something that fit (that may have been the cause of their laughter). Taira was very much the excited yet restrained Japanese guy who put it all on camera.

In a group as varied as this, inevitably the discussions turned to Cuba and its politics. All of them had heard about Raul Castro and Barak Obama shaking hands at Nelson Mandela’s funeral and all read more into it than the chance meeting that it probably was or was made out to be. It brought the discussion to the stupidity of the embargo and the inability of politicians in general and the American in particular (sic) to own up to mistakes being made in the past, at the expense of the poor Cuban people. Now it turns out there may be a catch to this, a very Cuban angle. There appears to be a very wealthy and strong Cuban lobby in the USA, that has influence on any decision regarding the embargo. They want the embargo lifted, but under the specific proviso, that their possessions in Cuba, as they belonged to them before the Revolution, are returned to them. Now that would be restoring the situation, that actually caused the revolution in the first place. The first people to flee Cuba were the very wealthy; the gangsters and the landowners and the extremely corrupt rulers of Battista’s pre-revolution Cuba. The Cuban people may have a tough life as it is, but most certainly not that tough that they would want to see that type of capitalism restored to their country.
Imagine the legal wrangles that will come up once that door is opened. The lawyers are going to love it and the Cubans living in their Floridian mansions can support a legal fight longer than would be healthy for Cuba. An interesting conundrum for the Powers that Be.

Van de gebaande weg

We hebben in ons gevoel de geëffende paden weer verlaten en dat betekent, dat we weer omringd zijn door cuisers. Het is meteen een heel verschillende wereld, maar natuurlijk met al zijn eigen variaties. We zijn hier met Amerikanen, die met een verfrissende minachting de stupide blokkade – meer daarover verderop – die hen door de Amerikaanse regering is opgelegd negeren. Deze ‘blokkade runners’ hebben allemaal hun eigen recept om hier te komen. Enkelen laten hun boot hier liggen als zij via Mexico of Canada naar huis vliegen. Anderen zeilen gewoon brutaal op en neer en riskeren een ontmoeting met de USCG. Verder zijn er Australiërs, Canadezen, Duitsers, Fransen, Italianen, Japanners en natuurlijk wij, de Nederlanders. Er ligt ook een boot in de haven met een Chinese vlag, maar die boot is van een Chinees die gehuwd is met een Cubaanse en die werkt voor het Chinese toeristen kantoor in de stad. De Chinese invloed hier in Cuba neemt, net als overal elders in de Caribbean, hand over hand toe; heeft men ons verteld.
We hebben al deze cruisers ontmoet tijdens het Kerstdiner voor Cruisers in het Chinese restaurant hier in de marina. Greg en Bev uit Fremantle zijn van onze leeftijd en bezig met hun tweede circumnavigatie. Ze hebben een lange tijd doorgebracht in Turkije, waar ze een kat aan boord hebben genomen. Helaas is die kat een paar dagen geleden weggelopen en niemand heeft hem sindsdien nog gezien; triest. Zij hebben het boek van onze dochter Leonie over haar circumnavigatie met haar gezin geleend en, hoewel het boek in het Nederlands is, genieten ze er van. Er is ook een boot met jonge mensen uit Canada en Australië; vier jongens en een meisje. Zij hebben allemaal hun baan voor een jaar opgezegd, hebben in de VS een boot gekocht en zeilen dat schip nu naar Australië, waar ze het weer willen verkopen in de kennelijk nog steeds goede markt voor goede schepen. De Japanners zijn de eersten, die vanuit dat land met een catamaran een circumnavigatie doen. Zij hebben heel luxueus een kok aan boord, de Amerikaanse Sally in de Galley (www.sallyinthegalley.net) die kokend rond de wereld wil zeilen. Het is voor allemaal aan boord een multiculturele ervaring. Japans is de voertaal aan boord en Sally’s koken is allesbehalve Japans.
Toen we op de terugweg uit Oud Havana waren, ontmoetten we Taira San en Sally terwijl we bij een kroegje zaten te wachten op de bus. De band die op het terras speelde had een aardig kunstje. Ze vroegen de naam van een van de mensen op het terras en verwerkten dat in een lied. Bij Hanneke, die hier als Joanna door het leven gaat, hadden ze het makkelijk (Joanna, Joanna, Joanna, tarata ta tata tara; vul zelf maar in). Daarna werd de band regelrecht ambitieus en vroegen ze Taira om zijn naam. De band benatte zichzelf bijna toen ze iets vonden en zongen wat leek te passen, maar mogelijk volstrekt ongepast was. Taira vond het allemaal prachtig en legde het als ingetogen opgetogen Japanner allemaal vast op zijn camera.

In de heterogene groep die wij hier vormen kwam het gesprek tijdens het diner onvermijdelijk uiteindelijk op Cuba en de politiek. Iedereen had gehoord over de vluchtige ontmoeting tussen Raúl Castro en Barack Obama rondom de begrafenis van Nelson Mandela en iedereen zag die ontmoeting als meer betekenisvol dan de toevallige ontmoeting die het waarschijnlijk was of werd gezegd dat die het was. Het bracht het gesprek op de stupiditeit van het embargo en het onvermogen van politici in het algemeen en de Amerikanen in het bijzonder (sic) om fouten uit het verleden toe te geven, ten koste van het arme Cubaanse volk. Nou lijkt hem daar de kneep te zitten, een venijnig Cubaans probleem. Het schijnt dat er een zeer actieve, rijke en sterke Cubaanse lobby zijn invloed doet gelden in de VS daar waar het gaat om het embargo. Deze lobby wil ook, dat het embargo wordt opgeheven, maar onder de uitdrukkelijke voorwaarde, dat hun bezittingen in Cuba, zoals die hen voor de revolutie toebehoorden, aan hen worden teruggegeven. Dat zou dan juist die situatie weer in ere herstellen, die geleid heeft tot de revolutie.
De eerste mensen die Cuba ontvluchten waren de puissant rijke uitzuigers; de gangsters, de landeigenaren en de extreem corrupte machthebbers van het Cuba van Battista van voor de revolutie. Het Cubaanse volk heeft nu dan misschien wel een moeilijk leven, maar zeker niet zo zwaar, dat ze dat type kapitalisme zouden willen zien terugkeren in hun land.
Stel je de juridische doos van Pandora voor, die hier kan worden geopend. De advocaten wrijven zich reeds in de handen bij de gedachte daaraan en de Cubanen kunnen vanuit hun paleizen in Florida een juridisch gevecht in alle nationale en internationale rechtbanken langer volhouden dan gezond zou zijn voor Cuba. Een interessante Gordiaanse knoop voor de betrokken machthebbers.

Comments { 0 }

‘Eating the elephant’ (first English); ‘Het eten van een olifant’ (dan Nederlands).

27 december 2013 22.46

Someone once told me that if you embark on a rather substantial venture, you should compare it to eating an elephant; it goes bite after bite. That is wat discovering Cuba is going to be like. With the risk of mixing my metaphores, we decided to ride the elephant first, like any other tourist would do.
Cuba as a country is comparable in size to England and it has about 12 million inhabitants. Those people speak their own brand of Spanish and by and large little English. They have their very own culture formed by their history, a history that dates from the days of the Spanish Conquistadors, as they more or less wiped out the indigenous population of Indians. That history was greatly shaped by the events from the 20th century, that first saw right wing dictators abusing the country. That resulted in the revolution 1959 lead by Fidel Castro, his brother Raul and Che Guevara amongst others. Their government and the USA fell out, leading to an almost total embarge on relations that still continues today. At first the Russians were an important trading partner and source of subsidies, but all that came to a halt when the USSR collapsed in 1990. The country opened up to tourists, now one of the most important sources of badly needed foreign currency. This leads to a dual, or better triple economy. The local pesos based economy, the international CUC (convertible peso) based economy and a sizeable inofficial economy.This complex economic picture all by itself makes it already very difficult to find our way in this country.
When we arrive on any Caribbean Island it is a lot smaller and on most of them the population spoke French or English. It made life a lot easier. When we were in the States both culture and language were entirely familiar so that was really easy as well. We realised what we were up against coming to Cuba, so we decided to take it really easy and get to know the country step by step. We have all the time in the world, so we don’t have to get everything done in 2 weeks. First we will want to find a teacher, who will help us with our rather too basic understanding of the language and will teach us a bit more about Cuba and life here.
However we didn’t want to postpone a visit to Old Havana, a city that – thanks to the lack of investment – is probably the most pure colonial historic monument in existence. It is incredibly run down, sometimes only the building fronts are left standing, but it is astonishing in its attractiveness. Together with the people – the tourists, locals and hustlers alike – it creates an unbelievable atmosphere, that we completely fell for. We rode the elephant and those rides are expensive. We managed to beat off the first dozens of hustlers (they are called promotores) but finally fell for José and Juana. As the day progressed, we saw that they all operate along the same lines, some of the Josés forming a couple with more women. José stole our naive hearts by saying a few very Dutch things and exclaiming hiow mucch he loved our country. We allowed to be dragged into a bar which he said was basically only for Cubans. At that point you still want to believe that. I was given a really nice Romeo and Juliet cigar at 11 o’clock in the morning and they ordered drinks for us. José wrote down all sorts of things we would have to see, where we should go for good food and good music and then wanted to sell us cigars. They took us to a private house, where an entire collection of Cohiba’s, Romeo and Juliets and Rey del Mundo cigars in various sizes and quantities were presented to us for really reasonable prices. We weren’t planning to buy anything yet, but hey, who can resist a bargain. Then it was Juana’s turn. She showed us pictures of her and her baby daughter and asked if we would be prepared to buy milk in the tourist shop for her. Milk is a rare product here and although it should be available with the food rations here, it rarely is. We bought probably a year’s supply for the little one, which may help Juana to stay of the streets for a bit, but we still hadn’t learned our lesson. We needed a fresh supply of CUCs, so we took a bicycle taxi for a crazy amount to find a bank for us, where the CUCs came out of the wall, just like they do at home. Armed with the fresh cash we went to the restaurant that José had recommended. After that we were really done with his suggestions.
It was however a funny experience. Our bicycle cab driver rang a bell of what looked like a private house and we had to get up three flights of stairs that took us to a – I must say – really nice roof terrace, where we had lunch for a price that we would have scorned in the USA. It was eatable, but boy, don’t think about value for money here. We noticed that all other tourists that were brought up were ushered in by their respective promotores.
We hope, that eventually we will find a way to get pictures of all this on the site, because the last rip-off-of-the-day was a meeting with one of the last relics of the Buena Vista Social Club scene: Amaránto Fernandez. At the ripe old age of 86 now, he had been a band leader of a real big band in the Batista days of the 1950’s and was part of the European tour of the BVSC at the keyboard. He is a feisty old character and although his skills on the keyboard certainly haven’t improved with age, we did enjoy this trip down memory lane nonetheless. However, after we picked up the extravagant tab for this tourist trap, we decided we were done with riding the elephant and we came down to earth. We went off the beaten track and were drawn in to a little soccer bar, where a six (!) people band squeezed themselves in a corner and played great music around an excellent musician on an alto sax. Although it will surely be possible to find a cheaper beer here somewhere, the prices were no longer over the top and we enjoyed the band. Much closer to the Cuba we’ll be looking for, but not quite there yet. That will come as we eat our way through this challenge: bite after bite.

Iemand vertelde me ooit, dat als je aan een groot project begint, je dat kunt vergelijken met het eten van een olifant; je moet dat gewoon hap voor hap doen. Het ontdekken van Cuba is zo’n groot project. Met het risico, dat ik mijn beeldspraken door elkaar haal: we besloten eerst maar een ritje op de olifant te gaan maken, zoals iedere andere toerist dat zou doen.
Cuba is een land, dat qua afmetingen vergelijkbaar is aan Engeland en het heeft ongeveer 12 miljoen inwoners. Die inwoners spreken hun eigen versie van het Spaans, en dat doen ze zonder uitzondering heel snel. Een enkeling spreekt ook wat Engels, maar wat we tot nu toe hebben meegemaakt, was wat dat betreft nogal beperkt. De Cubanen hebben hun hele eigen cultuur, die gevormd is door hun typische historie, die niet echt verder terug gaat dan de Spaanse Conquistadores, omdat zij de oorspronkelijk Indiaanse bevolking min of meer hebben uitgeroeid. Die historie wordt zwaar beïnvloed door de gebeurtenissen in de twintigste eeuw, toen eerst een aantal extreem rechtse dictators het land misbruikten voor hun eigen gewin. Dat leidde vervolgens tot de revolutie in 1959 geleid door Fidel Castro, zijn broer Raúl en Che Guevara en wat geestverwanten. Hun regering en de VS leefden op een dusdanig gespannen voet, dat de VS een vrijwel totaal embargo oplegden op alle relaties tussen de landen. Dat embargo duurt voort tot op de dag van vandaag en ook Obama zal er waarschijnlijk niets meer aan kunnen of willen veranderen. In het begin was dat geen probleem, want de USSR ontwikkelde zich tot een belangrijke handelspartner en bron van subsidie. Dat kwam echter abrupt tot een einde toen de USSR in 1990 in elkaar stortte. In een poging toch aan broodnodige deviezen te komen, opende Cuba de deuren voor toerisme, nu een van de belangrijkste bronnen van inkomsten. Dit leidde tot een duale of beter gezegde drievoudige economie. De lokale op peso’s gebaseerde economie, de internationale op de CUC (converteerbare peso) gebaseerde economie en een niet onaanzienlijke onofficiële economie daaromheen. Alleen al de complexe situatie op zich, maakt het ons moeilijk onze weg te vinden in dit land.
Als we arriveren op andere Caribische eilanden, zijn die meestal een stuk kleiner en overzichtelijker (we zijn nog niet in de Dominicaanse republiek, Haïti of Jamaica geweest) en op de meesten is de voertaal of op zijn minst de tweede voertaal Engels of Frans. Dat maakt het allemaal een stuk makkelijker. In de VS waren we van meet af aan vertrouwd met de taal en de cultuur, dus dat was ook heel toegankelijk. We realiseerden ons vanaf het begin wat ons in Cuba te wachten stond en we hadden dan ook besloten om op ons gemak stap voor stap kennis te maken met het land en onze grenzen geleidelijk te verleggen. We hebben alle tijd van de wereld en het hoeft allemaal niet in twee weken vakantie. Eerst willen we op zoek naar een leraar, die ons kan helpen onze veel te beperkte kennis van het Spaans op een hoger plan te brengen. Ook later op onze reis hopen we daar nog veel plezier van te hebben. Bovendien kan zo’n leraar ons meer leren over Cuba en het leven hier.
Dit alles gezegd hebbende, wilden we onze kennismaking met Oud-Havana niet uitstellen. Oud-Havana is een stad, die dankzij het gebrek aan investeringen, het meest puur overgeleverde historische monument van het koloniale verleden is. Het is enorm onderhevig aan verval, soms staan alleen de historische gevels nog overeind en is het daarachter een regelrechte puinhoop, maar het is ongelooflijk mooi en boeiend om het te zien. Samen met de mensen die de straten bevolken, de toeristen, de lokale bevolking en hun ‘hustlers’, heerst er een ongelooflijke sfeer, die ons meteen en volledig in zijn ban had. We bereden de olifant en dat soort ritjes zijn kostbaar. We slaagden er in om ons de eerste paar dozijn ‘hustlers’ – ze worden hier ‘promotores’ genoemd – van het lijf te houden, maar we werden uiteindelijk toch geschaakt door José en Juana. Naarmate de dag vorderde zagen we, dat al deze promotores op min of meer dezelfde manier werken, waarbij sommige ‘José’s’ met afwisselende vrouwen een paar waren. José stal ons naïeve hart met een paar welgeplaatste aan Nederland refererende opmerking, zoals de simpele kreet “Ah Olanda, Radio Veronica!” OK, je moet ergens voor vallen. We lieten ons gewillig een bar binnen sleuren waarvan hij zei dat die eigenlijk vooral voor Cubanen was. Op dat moment wil je dat nog graag geloven. Ik kreeg meteen – het was nog geen 11 uur – een lekkere Romeo en Juliet sigaar in de mond geschoven en er werd een drankje voor ons allen besteld.
José schreef allerlei dingen voor ons op een papiertje, zoals een goed restaurant voor de lunch, een café met goede muziek, maar hij wilde ons vooral goede sigaren verkopen. We werden meegesleept naar een privé woning, waar een collectie Cohiba’s, Romeo en Julietta’s en Reuy de Mundo sigaren van verschillende afmetingen en in verschillende hoeveelheden verpakt in fabrieksdozen voor ons werd uitgestald. We waren eigenlijk nog niet van plan al sigaren te kopen, maar hé, wie kan er een koopje aan zich voorbij laten gaan. Daarna was het Juana’s beurt. Ze toonde ons foto’s van zichzelf met haar twee jaar oude baby (of met een of ander geleend kind, zoals cynische denkers ongetwijfeld zouden kunnen zeggen) en vroeg ons of we , na deze geweldige meevaller met de sigaren voor haar misschien wat melkpoeder zouden kunnen kopen in de toeristen winkel. Melk is een schaars product hier en hoewel het in de voedsel rantsoenen voor kinderen beschikbaar zou moeten zijn, is het dat meestal niet. We kochten waarschijnlijk voldoende melkpoeder voor een jaar voor de kleine, en we hoopten, dat dit Juana voor een tijdje van de straat af zou kunnen houden. We hadden ons lesje echter nog niet geleerd. Daarvoor moesten we eerst naar een muurbank toe om een verse voorraad CUC’s te halen. We namen een fietstaxi, voor een prijs waarvoor we nu een Chevy cabrio uit 1955 zouden huren, die ons naar een flappentap bracht waar het geld net als thuis uit de muur kwam. Gewapend met het verse geld , de nummers op sommige biljetten waren opeenvolgend, bracht de fietstaxi ons naar het restaurant, dat José ons had aangeraden. Daarna waren we echt helemaal klaar met zijn adviezen.
Toch was het wel een leuke ervaring. Onze fietstaxi chauffeur belde aan bij een – zo te zien – gewoon woonhuis. we moesten drie trappen op en kwamen toen op een, dat moet gezegd, een fraai dakterras. Daar kregen we een lunch voorgezet voor een prijs, die in de VS niet zou misstaan. Het was goed eetbaar, maar de prijs-kwaliteit verhouding was totaal zoek. we merkten dat alle andere bezoekers door promotores naar boven gevoerd werden.
Ik hoop, dat we op een gegeven ogenblik erachter komen hoe we foto’s op ons blog kunnen krijgen, want de laatste ‘rip-off-of-the-day’ was een kennismaking met een van de laatste overblijvende leden van de Buena Vista Social Club beweging: Amaránto Fernandez. Hij is een nog redelijk kwieke 86-jarige, die in de dagen van Batista in de vijftiger jaren een big band leidde en als toetsenist onderdeel was van de Europese tournee van de BVSC. Hoewel zijn vaardigheden op het keyboard er met de jaren zeker niet beter op zijn geworden was het toch een nostalgische reis door het muzikale verleden. Toen we echter de extravagante rekening gepresenteerd kregen voor deze toeristische trekpleister, besloten we dat we klaar waren met onze rit op de olifant en zetten we onze voetjes weer stevig op de aarde. We gingen van de gangbare weg af en we vonden al snel een of andere voetbalkroeg, waar in een hoekje een zes man sterke band ingeklemd stond, die heerlijke muziek maakten rondom een uitstekende musicus op een alt sax. Hoewel we ongetwijfeld nog wel ergens goedkoper bier zullen kunnen vinden, waren de kosten hier niet meer buitensporig en genoten we van de band. Dat kwam al veel dichter in de buurt van het Cuba, waar we naar op zoek zijn, maar we zijn er zeker nog niet helemaal. Dat komt naarmate wij onze olifant opeten: hap voor hap.

Comments { 0 }

Cuba

25-12-2013 18.35

Na ruim een half jaar in de Verenigde Staten zijn we nu in Cuba. Dat zal een beetje van het ene uiterste in het andere blijken of lijken te zijn. Wat betreft de bureaucratie zullen de verschillen minder groot zijn. Wat kunnen Amerikaanse overheidsdienaars onaangenaam zijn. Volgens onze informatie moeten niet commerciële vaartuigen die de intentie hebben om binnen de 12-mijls zone van Cuba te gaan varen een ‘Acknowledgement of Security Zone and Permit to Depart During a National Emergency’ hebben. Die zou te krijgen zijn bij de US Coast Guard. Als je niet aan deze voorwaarde zou voldoen hangt inbeslagname van je schip, $10.000 boete en tot 10 jaar gevangenisstraf boven het hoofd. Er is behoorlijk intensieve USCG controle en ze gaan regelmatig ook aan boord bij jachten zoals het onze, dus werd ons wel degelijk aangeraden deze formaliteiten serieus te nemen.
Dat was het begin van een eindeloze reis van het kastje naar de muur, die Hanneke met bewonderenswaardig geduld aflegde. Het gevolg van de nodige ervaring inmiddels met dit soort instanties in de States. De toon die sommige overheidsdienaren daarbij aan durven te slaan is ongelooflijk. Hanneke werd toegesnauwd omdat ze volgens een official zou schreeuwen. Daar was geen sprake van, maar de halve stemverheffing die gepaard gaat met het woord ‘wàt’ in de vraag ‘wat zegt u’ was voldoende om van deze vermoedelijk zwaar overwichtige, gedrogeerde en aan PMS lijdende mevrouw in een kantoor zonder ramen en zonder air conditioner een ware duivelin te maken. Zij schreeuwde: “MADAM DON’T RAISE YOUR VOICE TO ME!!!!” en haar spuug kwam bijna met de GSM verbinding mee. Ik zat tegenover Hanneke, en had eigenlijk de telefoon uit haar handen willen nemen om die mevrouw haar vet te geven, maar ja, je hebt zo’n papiertje nodig. Deze mevrouw was niet het juiste contact en Hanneke slaagde erin haar voldoende te kalmeren om een ander telefoonnummer aan haar te ontlokken. Dat was een nummer in Miami waar een man Hanneke omstandig begon uit te leggen,dat het dom zou zijn om naar Cuba te gaan. We zouden ons grote zorgen moeten maken over onszelf en ons schip. Ook niet de goede man. Daarna kwam er weer een mevrouw, die het ook onverstandig vond om naar Cuba te gaan en die Hanneke probeerde te laten zeggen dat we dan maar niet zouden gaan. Vervolgens draaide Hanneke per ongeluk hetzelfde nr. nog een keer, waarop het mens haar durfde toevoegen: “Madam, you are disgusting. Don’t you ever, and I mean EVER dare to call here again”. Uiteindelijk kregen we dan toch een vriendelijke mevrouw aan de telefoon, die ons uitlegde dat wij als boot onder een buitenlandse vlag en zonder Amerikanen aan boord dit papier niet langer nodig hadden. Gezien onze ervaringen met de andere instanties of andere afdelingen van dezelfde instantie, vroegen wij de mevrouw of ze ons dat per email kon bevestigen. Binnen de vijf minuten hadden we de gevraagde email binnen.
Het zijn niet allemaal hufters en kennelijk zijn ze dat alleen, als ze niet weten waar het over gaat, want het hele circus had een tweede aflevering toen we maandag gingen uitklaren bij de CBP, de Customs and Border Patrol. We hadden vrijdag daarvoor een afspraak gemaakt bij het ‘town office’van de CBP in Key West, maar daar aangekomen was er niemand. De gespannen vriendelijkheid die je dan moet volhouden om de wel aanwezige mensen ertoe te brengen om uit te vinden, waar we dan wel moesten zijn, leidde uiteindelijk tot een taxi rit naar het vliegveld, waar we afgezet werden voor het kantoor van de CBP. Dat is een ‘secure facility’ en daar kun je alleen naar binnen als je de mensen binnen belt om de deur te openen. Daar sta je dan als buitenlander zonder telefoon. Het is kennelijk een burgerplicht geworden in het 21e eeuwse Amerika om een telefoon te hebben. We gingen bij het kantoor van de Sheriff daarnaast naar binnen en die was zo vriendelijk om voor ons te bellen. We moesten maar even wachten. Er zou zo iemand komen.
We stonden daar vijf minuten te bakken in de zon, toen iemand de deur kwam opendoen. Hier begon het hele theater weer van voor af aan. We mochten niet naar Cuba. De mevrouw van de Coast Guard wist niet waar ze het over had gehad. Als we zouden gaan zouden we onze cruising license kwijt raken en wisten ze niet of we er ooit nog een voor de VS zouden kunnen krijgen. Voor onze ogen werd onze Cruising License doormidden gescheurd. Na dit gehele theater werden onze paspoorten ingenomen en voelde ik me slechter dan ik me waar ook ter wereld, zoals bijvoorbeeld in Rusland, ooit gevoeld heb. We moesten wachten in een ruimte achter een glazen pui, waar de zon volop stond te schijnen en waar de A/C uitgeschakeld was. In een orchideeën kwekerij in het Westland zouden ze trots zijn op de temperatuur en het vochtgehalte dat hier bereikt werd. Na een klein half uur kwam er eindelijk een mijnheer met een half ingevuld formulier, waar de bestemming nog op ingevuld moest worden. We hebben uiteindelijk opgeschreven, dat we naar de Dominicaanse Republiek zouden varen en die leugen met een handtekening bezegeld. De man slaakte een zucht van verlichting en ging weer achter de gesloten deur, waarschijnlijk om zijn baas te vertellen dat hij ons toch had kunnen overtuigen. Na nog een kwartier mochten we betalen en daarna kregen we onze paspoorten terug. Oeffff.
Ik beschrijf dit zo uitvoerig, omdat we nu van het vrije Amerika naar de bureaucratie Cuba zijn gegaan. Het welkom hier was hartelijk. We moesten ons via de marifoon melden bij het binnenvaren van de 12 mijls zone, maar het duurde tot ongeveer 6-7 mijl uit de kust voordat de havenmeester van de Marina Hemingway reageerde. Hij wenste ons heel hartelijk welkom in Cuba en gaf ons instructies voor het binnenvaren en afmeren bij het gebouw van de maritieme politie. Er kwam iemand met een bruin uniform aan boord, die achtereenvolgens een arts en daarna twee mannen van de Cubaanse maritieme politie aan boord bracht. Vervolgens kregen wij onze ligplaats aangewezen, waar de havenmeester en nog twee mannen van de agrarische en veterinaire dienst aan boord kwamen. Dat kostte wat tijd en zo, maar iedereen was vriendelijk en blij dat we naar Cuba kwamen. Allen wensten on ‘Feliz Navidad’.

De overtocht was op zich niets bijzonders. We hadden een dag met licht weer uitgekozen, zodat we de motor veel zouden kunnen laten draaien. De accu’s hadden echt wel weer een keer iets extra’s nodig. Onze informatie over de stroomvoorziening in de Marina Hemingway was bovendien niet erg positief. Dat bleek overigens geheel onterecht. Toen de formaliteiten waren afgewikkeld kwam er een elektricien, die ons in no-time aan de 220 volt had liggen. Dat hebben onze accu’s in het 110 V Amerika lang moeten ontberen. Dat motoren hadden we ons kunnen besparen, maar het blijft handig om een rustige dag uit te kiezen. De golfstroom loopt tijdens de overtocht van west naar oost en de heersende wind is oost. De koers is bijna zuid (209 graden) en dan kan het samenspel redelijk oncomfortabel worden.

We zullen vanaf nu overigens in twee talen gaan communiceren. Een aantal mensen uit Amerika en andere Engelstalige vrienden volgen onze wederwaardigheden en dat gaat goed aan de hand van de foto’s, maar foto’s plaatsen wordt vanaf nu uiterst moeilijk. Er is wel internet, maar dan op vaste computers. We zien wel wat we kunnen doen. Eventueel plaatsen we via broer Pieter, onze trouwe Webmaster, af en toe wat foto’s. Anders worden het woorden, veel woorden. Want er valt veel te vertellen.
We hebben ondanks die laatste avonturen met de autoriteiten genoten van Amerika en we zijn benieuwd hoe de andere kant van het menselijke spectrum ons gaat bevallen.

Comments { 0 }

Morgen naar Cuba

In de rij voor een ‘selfie’ of – zoals we dat mogelijk beter zouden kunnen noemen – een otofoto.

20131222-194504.jpg
Key West is het zuidelijkste punt van de Verenigde Staten. Dat heeft zo zijn gevolgen. Je hebt de meest zuidelijke kroeg, je hebt de meest zuidelijke loodgieter, de zuidelijkste elektriciën en je hebt – naast het huis waar de telefoonlijn met Cuba aan land komt – de boei die het zuidelijkste punt van de U.S. markeert. Daar moet je op de foto. Als we aankomen, blijkt er dan ook een hele rij te staan en dat is volgens kenners een korte rij. Pim doet zichzelf geweld aan en gaat mee in deze flauwe kul.

20131222-195937.jpg
De zon staat precies tegen ons in, dus dat gaat niks worden. We gaan aan de andere kant staan.

20131222-200036.jpg
Maar ja, dat is volgens de kenners niet goed, dus toch maar weer in die rij….

20131222-200123.jpg
Dit is weer zo’n onaangenaam historisch weetje. Slaven, die via Cuba naar de verenigde Staten gesmokkeld werden, kwamen veelal hier aan land. Velen hadden hun leven dan al gelaten op de lange reis hier naartoe, maar als ze gepakt werden, gingen ze gewoon weer op transport terug naar Afrika.

20131222-200238.jpg
Ook voor veel vluchtende Cubanen is Key West het doel, dat door velen nooit bereikt werd. Deze steen ter nagedachtenis aan de vele cubanen, die al vluchtend het leven lieten op zee, komt toch wat hypocriet over. Het beëindigen van het handelsembargo zou de economische situatie in Cuba een behoorlijke steun in de rug geven, zodat vluchten niet meer zo nodig zou zijn.

20131222-200426.jpg
We gaan ook nog naar Mallory Square. Daar liggen de cruiseships. Het is er een ongekende kermis van jongleurs, vuurvreters, souvenirstalletjes en een heleboel mensen.

20131222-200635.jpg
Dit cruiseship heeft net de trossen losgegooid, na 3x lang toeteren om te laten weten, dat ie vertrekt.

20131222-200754.jpg
Wat zijn het toch een molochen, zeker naast die schoeners, die weer hun sunset-rondje doen.

20131222-200932.jpg
Het is ook wel echt een mooi gezicht.

20131222-201036.jpg
Deze bizarre Fransman (is dat een pleonasme?) heeft een act met gedresseerde katten, die zelfs door brandende hoepels springen. Hij maakt er zelf de meest vreemde geluiden bij. Het is absoluut verassend, dat iemand er in slaagt om katten te laten doen wat hij wil. We bekijken dit vreemde schouwspel, maar genieten ondertussen ook van het hele gedoe op het water, de zonsondergang en de Terns (sterntjes?) die aan het vissen zijn.

20131222-201237.jpg
We komen langs een soort tuin met een heleboel beelden van beroemde KeyWestenaars.

20131222-201336.jpg
Afscheid van Key West met hanen in de bomen!
Morgen nog uitklaren, dinghy eruit halen en opvouwen, laatste dingen doen en dan gaan we weer een nieuw avontuur tegemoet.
Cuba, here we come!

Comments { 0 }

Key West 2

Kijk, je doet een oproep aan de lezers om via het gastenboek te laten weten dat je het leuk zou vinden om iets meer over de lezers te weten te komen. Daar is op het gastenboek een heel klein beetje op gereageerd, dat vonden we echt leuk, maar de reactie van Paul was nog leuker. Hij kwam gewoon even langs!

20131222-104001.jpg
Een van de lezers van ons blog, Paul komt op bezoek tijdens zijn vakantie in Key West. Hij had gelezen dat we hier waren en nam contact op. We ontmoeten hem en een vriend bij de Schooner’s Warf.

20131222-104244.jpg
Zie je wel, hij bestaat echt. Hij heeft het rijden door de sneeuw aan de hulp santas overgedragen, terwijl hij zelf ondergedoken is tussen de vele verklede kerstmannen die door Key West rondlopen.

20131222-104332.jpg
We gaan met Paul en zijn maat bij Frank’s magische show kijken. Frank heeft – net als wij – grote moeite met de toch wel bijzondere Groningse naam van de maat van Paul en doopt hem Lewis. Dat houden wij er verder ook maar in.

20131222-104451.jpg
De een na laatste dag in de V.S. wordt besteed aan laatste boodschappen doen, oliefilters halen en baseballen voor de kinderen in Cuba straks. Dit huis heeft een leuk hekwerk met ananassen erin gesneden.

20131222-104713.jpg
We drinken een kopje koffie bij de Coffeeshop ( alleen koffie hoor) van een nederlander, die hier al 15 jaar woont. Ineens komt er dit vogeltje op de leuning van de stoel zitten.

20131222-104906.jpg
Dit is een zoekplaatje. Er zit een felgroengekleurde iguana in de boom.

20131222-105021.jpg
Met behulp van Jeff installeren we de nieuwe buitenspeaker voor de marifoon. Later haalt hij Rachel op en eten we een door Pim heerlijk bereidde vis; een grouper. De avond wordt afgesloten met een goed glas Duke de Alba en een mooie sigaar.

20131222-105721.jpg
Paul komt met Lewis nog even goedendag zeggen. Hij is vandaag jarig en krijgt deze jetski-rit cadeau van de maatschappij op voorwaarde dat hij zijn ID bij zich heeft. De mannen hebben het naar hun zin.

Comments { 0 }

Key West

We genieten nog even van de ‘makkelijke’ sociale interactie op Key West. Hier kunnen we nog in het Engels converseren en het is een maatschappij waar we ons nauwelijks voor hoeven aan te passen. Dat wordt heel anders zometeen. We moeten proberen het roestige Spaans tot leven te brengen en andere muntsoorten, welvaartsniveau, inkopen en zelfs de communicatie met thuis en het blog wordt helemaal anders. Wat zijn we gewend geraakt aan dat voortdurend beschikbare internet. Straks kunnen we wel verhalen plaatsen, maar foto’s plaatsen, zal zeldzaam worden.

20131221-115419.jpg
We zijn uitgenodigd voor een heerlijke stew bij de buren samen met hun buren Patrick en Trish. Patrick had een mooie Spaanse film over Cuba voor ons. Een road movie, die veel van het land en de sfeer als voorproefje laat zien.

20131221-163731.jpg
De volgende dag maken we een uitgebreide wandeling door Key West op weg naar de Blue Heaven voor het ontbijt. Dit is een Conch-cruiser.

20131221-115812.jpg
Souvenirkarretje met conchshells. De mensen die hier zijn geboren noemen zichzelf Conchs. Daar zijn er nog maar heel weinig van. Na 7 jaar verblijf hier kun je FreshWaterConch worden, maar nooit een echte Conch.

20131221-120430.jpg
Mensen rijden op de eilanden maar hele kleine stukjes. Hoewel je met de auto van hier naar het vasteland kunt rijden over de vele bruggen van highway one, doet een echte Conch dat zelden. Dat maakt het mogelijk om de auto een eigen gezicht te geven en er een ‘Conch-cruiser’ van te maken. Deze wordt nog echt gebruikt voor lokaal verkeer.

20131221-120947.jpg
Deze is echter onderdeel geworden van een restaurant.

20131221-121748.jpg
Dit is de CurryMansion Inn van Meneer Al Amsterdam.

20131221-122013.jpg
Banyantree, die worden heel erg groot. De ‘wortels’ die van de takken naar beneden groeien, gedijen alleen in een supervochtig klimaat, zoals ze dat hier hebben. Het is het gevolg van zaadjes, die in de uitwerpselen van vogels zitten en die aan de lucht ontkiemen en naar beneden wortel schieten.

20131221-122207.jpg
Dit is voor ons echt het einde van de U.S.A. Weer een bijzondere mijlpaal.

20131221-122321.jpg
Kapok boom.

20131221-122356.jpg
Met de uitleg. Vroeger werden zwemvesten met kapok gevuld.

20131221-123159.jpg
Door de hele stad lopen kippen en hanen. Het is het Trademark hier.

20131221-124050.jpg
We gaan ontbijten bij een restaurant, dat ons werd aangeraden als een “Must Do”.

20131221-123508.jpg
Dit is een bijzondere Smiley. Eggs Benedicte met lobster of met pink shrimp als ontbijt in “The Blue Heaven”. Beroemd vanwege de kippen die hier rondlopen en vliegen.

20131221-123654.jpg
Er rijden veel treintjes rond.

20131221-124534.jpg
Het plaatselijke theater in suikerzoete kleuren. Het lijkt wel een hindutempel.

20131221-124636.jpg
De kerk

20131221-124707.jpg
In dit pand zitten 3 kroegen. Op de begane grond zit de Bull en op de eerste verdieping zit de Whistle, maar op de bovenste verdieping zit de “Garden of Eden” en dat is een nogal ongebruikelijke kroeg.

20131221-124917.jpg
Hier is kleding namelijk Optional!

20131221-125017.jpg
Links gewoon een echte kerstboom op het voordek van een boot en rechts alle pelikanen op palen.

20131221-125123.jpg
Oei, we zijn blij dat ons Klontje er beter uitziet.

20131221-125213.jpg
Altijd moeilijk om een plekje te bemachtigen aan het dinghydock, ook al moet je er voor betalen.

Comments { 0 }

Laatste dagen US

20131219-204307.jpg
Er staat een man vis te fileren op een steiger. De pelikanen wachten rustig af of er toevallig wat valt, terwijl onder hen grote vissen (tarpins) het zelfde doen.

20131219-204502.jpg
Yeah! Vangen!

20131219-204550.jpg
En dan vechten om het laatste stukje.

20131219-204624.jpg
Lekker!

20131219-204649.jpg
Kerstboom, gemaakt van kreeftenkooien. Die zien er hier heel anders uit dan in Maine, van hout.

20131219-204759.jpg
Dit is het einde van de U.S.A., hiervandaan kun je naar de hele wereld.

20131219-204859.jpg
Voorproefje van Cuba?

20131219-204943.jpg
Mooie toeristenschoeners liggen klaar voor de cruiseshippers.

20131219-205054.jpg
Dit keer een kerstboom van vissersboeitjes.

20131219-205137.jpg
Je kunt hier allerlei soorten vis vangen.

20131219-205232.jpg
Boom, waar veel andere struiken in groeien.

Comments { 0 }

Met kerst naar Cuba

We zijn aan boord in kerststemming. Waarschijnlijk varen we maandagavond naar Cuba, zodat we daar op kerstavond aankomen. Hoe het daar verder gaat met dit blog weten we nog niet. Internet is daar zeldzaam. We kunnen wel verhalen plaatsen via de satelliet telefoon, maar foto’s zal een stuk zeldzamer en moeilijker worden.

20131218-161453.jpg
Wishing you a Merry Christmas and a happy, healthy and prosperous 2014.

20131218-161637.jpg
Rachel en Jeff hebben een klein zeilbootje gekocht en Rachel zeilt voor het allereerst in haar eentje en dan ook nog een enorme bui tegemoet. Ze haalt het net om vóór de bui bij de ‘Aurora’ aan te komen.

20131218-161930.jpg
Jeff helpt met het geven van een grote beurt aan de motor. Hele dag in duizend bochten gewrongen onderin.
Ook de elektrische probleempjes zijn inmiddels opgelost. De Tricolore bovenin de mast doet het weer.

20131218-162217.jpg
Op de trimaran die naast ons voor anker ligt, woont iemand met een wel heel bijzondere hond. Hij gaat blaffen als er een dolfijn in de buurt is. Dat is makkelijk, dan hoef je bij het geblaf maar naar boven te gaan en ja hoor, altijd raak! Een normale hond is gespitst op konijnen, maar een boordhond op dolfijnen. Het moet niet gekker worden. Het zijn overigens haven dolfijnen en die zijn lang niet zo speels als hun familie die de open zee bewonen.

20131218-162644.jpg
Deze houten kerstboom met bijbehorende mini-kerststal ging al met Leonie en Adam mee op hun wereldreis met de www.elenaopreis.nl. (Je kunt hun boek “Vijftig tinten Blauw” op die site nog bestellen)

20131218-163033.jpg
Van Naomi kregen we cadeautjes om in de kerstsok te stoppen, veel dank!

20131218-163134.jpg
De kerstboom is iets groter dan de keukenrol die erachter staat, maar geeft veel sfeer. ‘Es weihnachtet sehr” zoals een vriendin van ons altijd roept.

20131218-163323.jpg
Van Jeff, die bij WestMarine werkt, kregen we deze lampjes cadeau. Ze zijn 12 volt en gebruiken maar 2 Ampère.
Ondertussen waait het hier nogal en hebben we zelfs niet gezwommen vandaag vanwege de klotsgolven.
De volgende dagen gaan we ons goed voorbereiden op onze trip naar Cuba. We moeten hier uitklaren bij de Coast Guard en een permit halen om weg te kunnen gaan. Dit land is nl. officieel nog steeds in oorlog met Cuba.

Comments { 0 }

Normal things / gewone dingen

4 januari 2014 22.22

Normal things

We’re currently living life at a rather moderate pace, in tune with Cuba,
that sees this period as a holiday.
We met Genevieve, a charming lady from the Netherlands, who runs her own
company hear to assist foreign companies who want to invest in or trade with
Cuba. She had been living here for over 16 years now and obviously knows het
way around here really well. It was very nice and very educational to speak
with her. She will be very busy in the coming week with a Dutch trade
mission coming over and – in my eyes at least as important – Feyenoord, the
famous Dutch socker team, coming over here to run a clinic for local socker
talent.
Yesterday Hanneke and I tried to see if it would be possible to get a local
prepaid phone, like we have done in virtually all the countries where we
have been up to now. We took the bus to the office centre Miramar, where
many foreign companies have an office and where there are a couple of
offices of Cubacel, the phone company. This is also where the office of Air
France/KLM is located. Usually we arrange our travels back to the motherland
through the internet, but here we decided to actually visit the airline’s
office. That was highly disappointing, because such official channels lead
to very official prices; way over budget. We’ll have to find some decent
internet somewhere.
But back to the attempts to secure a local SIM card for our phone. Genevieve
had already warned us, people don’t wait here in the shops, but form a queue
outside. You walk up to the people gathered outside and call out ‘ultimo?’
and then the person who was latest in line sticks up his hand. That is the
only person now that you have to keep an eye on. When the next person comes
to join the queue and calls out ‘ultimo?’ it is your turn to stick up your
hand. Now you are all set to wait for your turn. The Cubans are really great
at queuing. Of course we joined the queue for the wrong shop first, so we
had to repeat the same process again at the proper shop. It is funny to see
the smiles on the Cuban faces when they see that you know the rules and
don’t try to jump ahead, which could be accepted – we bring in foreign
currency – but would never be appreciated.
Anyway, the whole mission was in vain, because the cost would be horrendous.
We would have to hire a line (a number) for $3 per day and on top of that we
would have to purchase the SIM Card ($30) and pay for each call. We are
better off using the Satphone, however impractical lugging that thing around
might be.

Today we went to the weekly farmer’s market in the village near the marina
and bought our fruits and vegetables for the week. The products here taste
absolutely great. They may look like they have actually been grown in nature
and not like they have been manufactured on an assembly line, but boy do
they have taste. Bananas, pineapple, guava, tomatoes, peppers, cucumbers,
carrots, onions, potatoes – both sweet and normal – you have to queue to get
them, but they taste great and are very very cheap. We spent less than $4 on
a weeks supply of lovely stuff and that included our lunch (hamburger with
guava juice). That is because we did all this shopping in National Money and
not the convertible Peso.
A Cuban earns, according to the book from 2007 about Cuba, about 400 pesos
per month. That is equivalent to US$16!. The Cubans get very heavily
subsidised food. Their basic monthly ration of rice, beans, meat (almost
never available) vegetables, eggs and other food items like sugar and milk
costs them about 17 pesos per month. The rest of the money is available to
buy things at such a farmer’s market as we just visited, for cheap transport
and other items someone might need. However other necessities like
toothpaste, soap and many other things we are used to are hardly available
in Pesos. However, this is the standard of living for Cubans. Can you
imagine what happens if tourists walk in and spend $16 dollar in a day or
even in an hour, without even thinking about it. It introduces things in
this society that doesn’t help to bring out the best in all people. It
suggests a wealth abroad that is most certainly not available to all.

Gewone dingen

We doen het even rustig aan, passend bij Cuba, waar de Nieuwjaars tijd een vakantie periode is tot 6 januari. Dan begint het leven weer volop.
We hebben eergisteren Geneviève ontmoet; een Nederlandse vrouw, die hier haar eigen bedrijf runt. Dat bedrijf assisteert buitenlandse bedrijven bij het ondernemen of opereren in Cuba. Ze woont hier inmiddels al 16 jaar en weet hier dan ook verdomd goed de weg. Het was erg gezellig en leerzaam om met haar te praten. Ze heeft een drukke week voor de boeg met een handelsmissie vanuit Nederland en – volgens mij minstens even belangrijk – een bezoek van Feyenoord, dat hier een clinic geeft voor de lokale voetbal talenten.
Gisteren zijn Hanneke en ik in de weer geweest in een poging om een lokale SIM kaart voor onze GSM te pakken te krijgen, zoals we dat tot nu toe in vrijwel alle landen, die we hebben bezocht, hebben kunnen doen. We namen de bus naar het commerciële centrum Miramar waar veel buitenlandse bedrijven een kantoor hebben en waar ook een paar kantoren van Cubacel zijn. Ook KLM/Air France heeft hier een kantoor. Normaal gesproken regelen wij onze reizen naar het vaderland per internet, maar hier werden we min of meer gedwongen om het kantoor van de luchtvaartmaatschappij te bezoeken. Dat was uitermate teleurstellend, want dat soort officiële kanalen leiden tot de officiële prijzen; ruim boven het budget. We dachten dat we dan maar op zoek moesten gaan naar fatsoenlijk internet, maar uiteindelijk hebben we met de satphone via mijn zusje bij Arke reizen voor een redelijk tarief vanaf Varadero een vlucht naar Amsterdam kunnen boeken. We komen op 13 februari in Nederland aan en vertrekken weer op 12 maart naar Cuba. De boot blijft in die periode gewoon in de marina Hemingway.

Terug naar onze pogingen om een lokale SIM kaart te pakken te krijgen. Geneviève had ons al gewaarschuwd, mensen wachten hier niet in, maar in de rij voor de winkel. Je wandelt naar de verzamelde mensen voor de deur en vraagt de groep ‘ultimo?’ en dan steekt de persoon, die als laatste in de rij is gaan, staan de hand op. Dat is nu verder de enige persoon die je in de gaten hoeft te houden. Als er weer iemand komt, die aan wil sluiten in de rij en uitroept ‘ultimo?’ moet je zelf even de hand opsteken en oogcontact maken. Nu ben je helemaal klaar om rustig je beurt af te wachten. De Cubanen zijn fantastisch in de rij. Natuurlijk stonden we eerst in de rij bij de verkeerde Cubacel winkel, zodat we het proces nog een keer konden oefenen bij de volgende winkel. Het is geestig om de lachende gezichten van de Cubanen te zien, als ze merken dat je de regels kent en respecteert en niet voor probeert te dringen. Dat zou worden geaccepteerd – wij brengen deviezen het land in -, maar nooit worden gewaardeerd.
Dat alles terzijde, want de hele missie was vergeefs, want de kosten zouden buiten proporties zijn. We zouden een lijn (een nummer) moeten huren voor $3 per dag en daarbovenop zouden we voor $30 een SIM kaart moeten kopen. Daarna begint de meter per gesprek te tikken. We zijn dan ruim goedkoper uit met onze satelliet telefoon; hoe onpraktisch het ook moge zijn om dat apparaat mee te slepen.

Vandaag zijn we naar de wekelijkse boeren markt in het dorp bij de marina geweest, waar we groenten en fruit voor een week hebben ingekocht. Die producten smaken hier werkelijk helemaal fantastisch. Ze zien er dan misschien wel uit alsof ze gewoon buiten in de natuur gegroeid zijn, en niet alsof ze geproduceerd zijn op een of andere productie band, maar wat hebben ze een smaak. Ze hebben alleen niet altijd alles. We wilden graag van die hele lekkere banaantjes hebben,maar die waren er nou net niet. Er was wel ananas, guava, tomaat, paprika, komkommer, wortels, uien, aardappelen – zowel zoet als normaal – en je moet er voor in de rij om er aan te komen, maar dan heb je iets wat lekker smaakt en bovendien onvoorstelbaar goedkoop is. We hebben vanochtend minder dan €3 uitgegeven voor groente en fruit voor een hele week en voor de lunch (een hamburger en een glas guava sap). Dat is mogelijk, omdat op de boerenmarkt betaald wordt in nationaal geld en niet in de converteerbare Peso.
Een Cubaan verdient, volgens een gids over Cuba uit 2007, ongeveer 400 Pesos Nacional per maand. Dat is het equivalent van €12! Daarmee kunnen ze het gesubsidieerde maandelijkse basis rantsoen rijst, bonen, vlees of vis (meestal niet beschikbaar), groente, eieren en andere zaken zoals suiker en melk kopen. Dat rantsoen kost ongeveer 17 pesos per maand en je kunt er in principe op overleven. De rest van het geld is dan beschikbaar voor aanvullende voedselaankopen op de boerenmarkt, voor het goedkope openbaar vervoer en andere zaken die je nodig zou kunnen hebben. Andere benodigdheden zoals tandpasta, zeep en vele andere zaken zijn echter nauwelijks verkrijgbaar in pesos nacional. Die nationale munt bepaalt echter de standaard van leven voor de meeste Cubanen. Kun je je voorstellen wat er gebeurt als er een toerist binnenkomt en €12 in een dag of soms zelfs in een uur uitgeeft, zonder daar zelfs maar over na te denken. Dat introduceert dingen in deze samenleving, die niet uit alle mensen het beste naar boven haalt. Het suggereert bovendien een welvaart in de grote buitenwereld, die ook daar zeker niet voor iedereen beschikbaar is.

Comments { 0 }