Shelter Bay Marina in Panama

We zijn aangekomen in de jachthaven in Panama vanwaaruit we de voorbereidingen zullen doen om straks door het Kanaal te kunnen gaan. Onderweg naar één baai hiervoor (Porto Bello), bleek één zonnepaneel geen stroom meer te leveren aan de accu en later bleek dat ook de motor, die we aanhadden vanwege veel te weinig wind, ook geen stroom leverde. We hebben alles wat energie vreet uitgezet tot en met de ijskast aan toe. Die was toch aan een grote beurt toe en we hadden niet veel meer erin staan na 4 weken in de San Blas te hebben rondgetoerd.
S’avonds romantisch met de zonnecellampjes van Ikea een boekje gelezen. De ankerlier heeft ook zo zijn kuren en de volgende ochtend heeft Pim met mankracht de haak naar boven gehaald.
Nu liggen we hier gewoon aan een kabel en kan de ijskast weer aan. Inmiddels is er heen en weer gemailed met Nederland en zijn er nieuwe dingen besteld. Nelly Rose is door de meter opgemeten, ze willen precies weten hoe lang, breed enz. ze is voor straks in het kanaal. Hij loopt samen met Pim met een rolmaat op het dek om heel precies te kunnen zijn.
We gaan de stad in om ons te melden bij de Port Captain voor een Cruising Permit en zitten daar ongeveer 4 uur te wachten tot ze het geregeld hebben en de 12 formulieren en hun kopieën van stempels en handtekeningen voorzien. We moeten wel $12 overtime betalen omdat ze eigenlijk om 15.30 al dicht gaan. Wij waren er al om 2 uur, maar dat hielp niks.
In de stad Colon is het niet veilig om zo maar rond te lopen en er werd Hanneke aangeraden om geen sieraden te dragen. Alleen rondrijden met een vertrouwde taxichauffeur tot de ingang van de supermarkt en daarna direct terug in die taxi.
We zijn over de draaibrug aan het begin van het kanaal gegaan bij de sluizen en zagen de files met enorme tankers die daar met treintjes doorheen worden getrokken. Heel spannend dat wij daar over een poosje ook doorheen zullen gaan met van die drijvende flatgebouwen voor en achter je.
Inmiddels hebben we de dinghy helemaal schoongemaakt en in de was gezet. Die ligt alweer bovenop het dek; godzijdank net voor de bui, die vlak daarna losbarstte.
De hele haven ligt vol met boten, die allemaal de Pacific in zullen gaan, allerlei nationaliteiten zijn vertegenwoordigd.
Iedereen is druk met de voorbereidingen. De wasmachines zitten continu propvol en Happy Hour in de bar is een gezellige samenkomst van mensen die nog linehandlers zoeken of zelf willen zijn. Iedere boot moet 4 man extra meenemen om de lange lijnen, die je moet huren, in de sluizen te regelen. Er wordt aangeraden om zelf ook eerst bij iemand anders linehandler te zijn, voordat je het met je eigen boot doet. Dan heb je tenminste alvast wat ervaring opgedaan.
image
Dit was ons eerste ankerplaats in de San Blas bij Cayo Holandès. Tja, Hollanders kwamen en komen overal.

Comments { 0 }

Punta San Blas

We hebben met pijn in het hart de Robeson eilanden verlaten en liggen nu
voor de Punta San Blas bij een eilandengroepje waarvan Porvenir het bekendst
is, omdat daar het vliegveld is, maar daar is verder niets loos. Je kunt er
wel inklaren. Dat wilden wij graag doen, omdat het er vriendelijke mensen
zouden zijn. Dat bleek ook zo, vandaar dat we er niet echt in de problemen
kwamen. Volgens de Cruising Guide van Eric Bauhaus, een overigens
voortreffelijk boekwerk, zouden we voor $69 een cruising permit voor 90
dagen kunnen kopen. Helaas is dat verouderde informatie. Je kunt alleen nog
maar een cruising permit voor een jaar kopen en die kost $180,- en daar
komen dan nog wat kosten bij, zodat het geheel op $196 uitkomt. Bovendien
moet je een visum kopen voor $100 per persoon. We hadden dus met een kleine
$400 hier moeten staan. Die hadden we allang niet meer. We zijn niet meer
gewend met zoveel cash te reizen. Er zijn immers overal bankautomaten waar
je geld uit de muur kunt trekken? Nou, niet hier en dat schijnt ook elders
in Panama niet zo vanzelfsprekend te zijn.
De mensen baalden wel, maar gaven ons uiteindelijk een 72 uur visum met de
duidelijke opdracht voor vrijdag in Colon de rest van de papierboel in orde
te brengen. Dat past wel bij onze reisplannen. We waren toch al van plan om
morgen naar Portobello te gaan. Donderdag of vrijdag gaan we daarvandaan dan
met de bus naar Colon, zodat we de papierwinkel op orde hebben voordat het
carnaval hier losbarst. Dan gebeurt er kennelijk tot en met woensdag, als
iedereen moet herstellen, helemaal niets meer.
Zoals gezegd vertrokken we met pijn in het hart uit Tupsuit Dummat. We
begonnen er een paar mensen te herkennen en iedereen herkende ons
natuurlijk. We steken immers een hoofd boven de bevolking uit en we waren de
enige boot die nog voor de kant lag. De rest was weer op zoek gegaan naar de
eilanden met stranden. Het is waarschijnlijk een zegen voor de Robeson
Eilanden dat er geen stranden zijn en dat ze diep in de Golfo de San Blas
liggen. Door de ligging is het weer er duidelijk zwaarder bewolkt en
regenachtiger dan de eilanden die verder van de kust en meer naar het oosten
liggen, zoals Coco Banderas en de Holandes Cays. Bij de Robesons wordt nog
veel gepeddeld en gezeild, terwijl bij de andere eilanden de
buitenboordmotor duidelijk aan de winnende hand is. Daarmee groeit ook de
behoefte aan dollars en die zijn bij de toeristen makkelijk te halen.
Als ik de verhalen van Adam en Leonie in ‘Vijftig Tinten Blauw’ er op na
sla, was het in 2010 nog een stuk rustiger dan het nu is. Er is veel aan het
veranderen. Alle eilanden met wat meer mensen hebben inmiddels zon energie,
en het aantal TV’s groeit gestaag. Verder is er een weg gekomen, die Panama
verbindt met de Carti Eilanden, die daardoor een centrale logistieke functie
in de San Blas zijn gaan bekleden. Alle toeristen en goederen worden via die
weg aangevoerd en vele Panamezen die tot voor een paar jaar nog maar
nauwelijks van het bestaan van de eilanden hadden gehoord komen er nu graag
voor een weekend of een vakantie naartoe. De reis over de weg is twee en een
half uur vanaf Panama en gemotoriseerde sloepen brengen de mensen overal
naartoe waar ze maar willen. Dat kunnen tentenkampen zijn met permanente
tenten zoals op Salardup of redelijk serieuze hotels zoals bij Gunboat
Island. Ik weet niet wat meer schade doet aan de cultuur van de Kuna’s, de
zonnecellen of de weg naar het vasteland bij de Carti eilanden. De
ondernemende Kuna zal sneller aan dollars komen dan de traditionele Kuna en
de tweedeling in de maatschappij zal snel groeien. We schreven al over het
contrast tussen Narganá en de Robesons. We schreven dat Narganá er armoedig
uitziet in vergelijking met de eilanden die rijk zijn met hun eigen cultuur.
In Narganá wordt de individuele armoede zichtbaar ten opzichte van de
gemeenschappelijke harmonie op de Robesons. Dat wil niet zeggen, dat wij
daar zouden kunnen en willen leven. Sommige mensen zouden dat wel kunnen,
maar hoewel Hanneke en ik de schoonheid ervan wel degelijk zien, zijn wij
teveel gewend aan onze persoonlijke vrijheid en ons comfort om hier nog te
kunnen passen. Zo moet ook de sociale controle van een ongekende hardheid
zijn. Dat is nauwelijks anders mogelijk op een eiland met 350 inwoners.Toch
hebben ze er wel twee kerken: een katholieke en een Baptisten kerk. En niet
iedereen doet mee aan het Christendom, zodat er op dat vlak wel
individualiteit mogelijk is.
We zijn bij een bijeenkomst van de Congreso geweest, maar dat was meer een
geschiedenisles.
De bijeenkomst was vooral ook erg lang. De ‘Chief’ hield een verhaal
over de geschiedenis van een paar Kuna’s in Colombia die zich daar kennelijk
heldhaftig hebben gedragen, maar die dat met de dood hebben moeten bekopen.
Dat verhaal van de Chief was een monoloog van een minuut of 20-25 dat
vervolgens werd ‘vertaald’ door de tolk. Die deed het nog eens dunnetjes
over en zeker niet korter.
Het was eigenlijk geen echte dorpsraad. Ik denk, dat de ouderen proberen de
trots over de rijke
Kuna historie te stimuleren en daarmee de toekomst veilig te stellen. We
hadden liever een werkende vergadering gezien, maar dit was zeker ook leuk.
Iedereen op zijn paasbest gekleed. Hanneke kreeg zelfs van een lokale
mevrouw op haar donder, omdat ze blote schouders had. Ik had gelukkig wel
mijn lange broek aangedaan. Die heb ik moeten opgraven onder uit een of
andere kast.
Het schoolse karakter werd onderstreept door de presentie lijst die werd
bijgehouden. Wij woonden een bijeenkomst bij voor de vrouwen. Later op de
avond waren de mannen pas aan de beurt. De grote dorps ulu werd gebruikt om
de mensen van en naar de twee andere eilandjes die bij deze gemeenschap
horen te brengen. Een stads omroeper liep met een stok door de gemeenschap
te zwaaien terwijl hij riep dat de mensen naar het dorpshuis moesten komen.
Wij berekenden grofweg, dat een derde deel van de vrouwelijke bevolking aan
deze oproep gehoor had gegeven.
We zijn ook nog uitgenodigd om bij onze gids Justino thuis te komen eten. Ze
hadden voor ons en onze Amerikaanse vrienden Marc en Kathy van de Sweet
Chariot de tafel gedekt en typisch Kuna gekookt. OK, dat was een hele ervaring. De Kuna keuken heeft
nog een lange weg te gaan, maar we hebben geen krimp gegeven en onze bordjes
bijna helemaal opgegeten.

Comments { 0 }

Weer wat kapot

Bij ons is er weer eens wat kapot. Het is nooit de vraag of er iets kapot
gaat, maar wanneer….
Dit keer was het een hele spannende. Bij het laten zakken van het anker
bleef de motor lopen en luisterde niet meer naar de commando’s van
bedieningsapparaat. Het is schrikbarend om te zien met welke snelheid de
ketting dan blijft aflopen en op weg gaat naar het einde. Daar zit de
ketting wel geborgd, maar of die borging bestand zou zijn tegen het geweld
van de motor zullen we gelukkig nooit weten. Ik kon de ketting met de hendel
voor de handbediening van de ankerlier van het ketting wiel afkrijgen, terwijl Hanneke naar
beneden dook om de hoofdzekering van de lier te onderbreken. De
hoofdschakelaar van alle andere apparatuur had even weinig invloed als de
schakelaar op het schakelpaneel. Het geweld ging overal buitenom. Het moest de zekering van de lier zelf zijn.
Vervolgens op zoek naar de oorzaak van dit euvel. De motor bleek in orde. De
koolborstels zagen er allemaal prima uit. De voetschakelaars, die we nooit
hadden moeten monteren, waren ook onschuldig. Het bedieningskastje zag er
ook goed uit. Pas toen we de bedrading bij de control box losmaakten liep de
motor niet meer. Dat leek ook wel logisch. We draaiden toen de draden een
keer om, zodat we konden zien of de motor dan andersom zou gaan lopen. Toen
deed hij echter niets meer, maar dat kwam omdat de schakelaar op het paneel
uit stond. Kennelijk was door het losmaken van de draden het euvel
verholpen. We draaiden alles weer vast en het hele spul werkte weer naar
behoren. Dat gaat natuurlijk nooit lang goed en het is een kwestie van tijd
tot het weer een keer vast slaat. Dat wordt zenuwachtig anker op gaan. Het
anker elektrisch laten zakken doen we voorlopig maar niet meer. Eigenlijk
hoeft dat nooit en begrijp ik niet goed waarom ik dat doe. Het lazert ook
uit zichzelf goed naar beneden, zij het iets minder gecontroleerd.
Eind goed al goed, maar we hebben wel een nieuwe control box besteld.

Comments { 0 }

Tupsuit Dummat

We zijn nu bij Tupsuit Dummat, een van de Robeson eilanden. Deze eilanden liggen helemaal de Golfo San Blas en zijn bewoond door de meest traditioneel levende Kuna’s. Het verschil met Narganá is ongelooflijk. Hanneke verwoordde het treffend door vast te stellen, dat het zogenaamd meer ontwikkelde Narganá er armoedig uitziet in vergelijking met de eilanden die rijk zijn met hun eigen cultuur. De kinderen hebben momenteel vakantie en spelen de hele dag eerst met de Ulu’s (de uitgeholde boomstammen) op het water. Alle leeftijden in een kano met heel veel pret. Later speelden ze op een grasveldje tot de zon onder ging.
Het dorp heeft de voorkeur gegeven om zo traditioneel mogelijk te blijven leven, maar heeft de zonnecellen als gift van de Panamese overheid wel geaccepteerd. Dat betekent toch, dat de eerste televisies hun intrede hebben gedaan. Ik ben bang, dat dit toch een gesubsidieerde glijbaan naar een grotere verwestering zal blijken te zijn.
We hebben net een uitgebreide rondleiding gehad over de drie eilandjes hier. Ik kan niet wachten tot we het internet hebben dat het mogelijk maakt daar foto’s van op het blog te zetten. Het is prachtig. ‘s Morgens zijn alleen de vrouwen en de kinderen en de oudere mannen op het eiland, omdat de jongere mannen hun land op het vaste land aan het bewerken zijn. Rond een uur of één komen ze terug. Op tijd voor wat ontspanning en ruim op tijd voor de bijeenkomst van de Congreso om een uur of vier. Op de eilanden zelf groeit nauwelijks iets. Dat komt ten eerste door de grond, die waarschijnlijk erg zout is en waar alleen mangrove echt op gedijd, maar vooral ook, omdat de eilanden helemaal volgebouwd zijn met hutten.
Sommige van die hutten zijn herkenbaar als winkeltjes, maar als je brood wil hebben, is het wel handig als je weet waar je moet zijn. Het is langs de school, door een hut naar een andere hut. In de hut waar we doorheen moesten, was een kamer van palmbladeren gebouwd. Daar werd een initiatie rite uitgevoerd door een aantal vrouwen bij een meisje van 12 jaar – en waarschijnlijk voor het eerst ongesteld – was geworden. Het is nu nog slechts een kwestie van tijd voordat dit meisje zelf een kind zal krijgen. Pas daarna gaat ze op zoek naar een man, die bij haar zal komen te wonen. Het is allemaal nogal wat anders dan wij het gewend zijn, maar het ziet er heel gezellig uit.
Vanmiddag gaan we naar de bijeenkomst van de Congreso. We zullen er niets van begrijpen, maar het is mooi om het bezig te zien. Wordt dus vervolgd.

Comments { 0 }

Narganá

Narganá is een bijzonder dorp. Het gaat ons westers getrainde
bevattingsvermogen een beetje te boven. Toch vinden we het kennelijk wel
heel boeiend. Zo boeiend, dat een Frans stel, eerst vanaf hun catamaran en
vervolgens vanaf het vaste land, meenden het geheel in beeld te moeten
brengen met behulp van een camera in een drone. Ik vraag me af wat deze
mensen bezield. Wij lopen hier als toeristen rond en dat is al indringend
genoeg. De tijd, dat de San Blas een redelijk onontgonnen gebied voor
cruisers was, is voorbij. Het dreigt een vakantie bestemming te worden van
een bier drinkende feestende massa. Zonder voldoende respect voor de lokale
cultuur, komen we hier om de uitwassen van onze cultuur te laten zien.
Hoewel, nu overdrijf ik. Zo erg is het nog niet. Maar ik werd wel erg boos
van die Fransozen met hun drone. Het is toch wel heel iets anders of ik op
straatniveau door het publieke deel van een samenleving loop of dat ik met
een drone in hun achtertuintjes kijk en hun dakloze ‘outhouses’, de wc’s
boven het water, laat zien.
Narganá is een bijzonder dorp, omdat ze de traditionele leefwijze van de
Kuna’s vaarwel hebben gezegd. Ze vormen in die zin een brug tussen de
Panamese en Colombiaanse maatschappij. Er lopen hier net zoveel mensen in
klederdracht als in westerse kleren. De mensen drinken hier wel een biertje
en ze beoefenen westerse sport. Zowel Narganá Yandup als Corazon de Jezus
(Akuanusatupu) hebben een basketbal veld, waar de jeugd uitermate trefzeker
de basket weet te vinden. Hoe is het in hemelsnaam mogelijk, dat het op één
na kleinste volk ter wereld, de Kuna’s, basketbal als sport hebben
uitverkoren. Ik zou graag een keer een foto zien van Lebron James op het
veld omringd door een stel Kuna’s. Hij zou twee keer zo groot lijken.
Op Narganá hebben ze ook televisie. En dat was gisteren voor de cruisers
community van groot belang. Een groot aantal Amerikaanse boten had de weg
gevonden naar Narganá, waar in het lokale biljart café een televisie stond
opgesteld met de Spaanse ESPN. Het was de dag van de Super Bowl, het
equivalent van de Champion’s League van American Football. De meeste lezers
van dit blog zullen thuis waarschijnlijk een iets groter scherm hebben, maar
het was wel een flat screen. en we konden er met 30-40 mannen en vrouwen
goed naar kijken. Bier kostte een dollar en een maaltijd met kip, sla en
gebakken banaan (Plantain) kostte $4. We zijn er maar eens goed voor gaan
zitten.
De wedstrijd ging tussen de New England Patriots en de Seattle Seahawks en
werd gespeeld in Phoenix in Arizona. De Amerikanen waren vooral voor de
Seahawks, zodat ik mij solidair verklaarde met de minderheid, die de Patriots
aanhingen. Ik ken New England redelijk goed en ben eigenlijk nooit in
Seattle geweest, dus het was wel goed zo.
Het was een uitermate spannende wedstrijd, die maar eens te meer weer heel
duidelijk liet zien hoe sport een afspiegeling kan zijn van de maatschappij.
De Patriots waren zeer gedisciplineerd, zorgvuldig en werkten onder
aanvoering van hun Quarter Back Tom Brady zeer zorgvuldig aan hun aanval.
Als een goed geregisseerde tank rolden zij het hele veld over en namen de
leiding. De Seahawks werden in het begin een beetje overspeeld, maar al snel
bleek, dat hun QB een voortreffelijke pass kan gooien en dat er ook wat
mannen behoorlijk goed konden vangen. Het werd gelijk.
Nog in de eerste helft met nog twee en een halve minuut op de klok kwam de
tank van de Patriots weer op gang en denderde in twee minuten over het hele
veld heen en wist weer te scoren. In ons voetbal is dat niet zo bijzonder,
maar in het Amerikaanse voetbal hadden ze daar wel 8-10 ‘plays’ voor nodig,
die met dodelijk efficiency werden uitgevoerd. Het werd 14-7 en we dachten
dat het daarmee voor de rust wel gedaan zou zijn. Niet zo dus. Een geniale
pass van de QB van de Seahawks bracht het spel weer in de buurt van de End
Zone van de Patriots. De klok werd iedere keer gestopt door de bal over de
zijlijn te lopen of een time out aan te vragen, zodat het maximale uit de
dertig seconden kon worden geperst. Niet alleen door de lucht waren de
Seahawks uiterst effectief, maar ook over de grond was er een zekere Lynch,
die heel moeilijk af te stoppen was. Het was allemaal wat geëxalteerder dan
de ambachtelijke aanpak van de Patriots, maar binnen de reguliere speeltijd
van de eerste helft werd de stand toch weer gelijk 14-14.
Aangeslagen zochten de Patriots de kleedkamers op en zo kwamen ze ook in de
tweede helft uit de startblokken. Het duurde niet lang voordat de Seahawks
weer een touchdown scoorden voor 14-21. De Patriots maakten een fieldgoal
zodat de spanning zinderend bleef met een score van 17-21. Het gebeurde
allemaal in het vierde kwart. De Patriots maakten een touchdown en de klok
was op weg naar het einde met een stand van 24-21. De Seahawks hadden de bal
echter weer in het bezit en waren weer als een sneltrein op weg naar een
touchdown. De QB van de Seahawks gooide een snoeiharde pass vanaf de 15 yard
lijn recht in de richting van de handen van een van zijn receivers, maar als
een duveltje uit een doosje had één van de verdedigers van de Patriots een
geniaal moment – misschien wel het enige werkelijk geniale moment voor de
Patriots tegenover een heleboel geniale acties van de Seahawks – en kwam
onder de handen van de receiver van de Seahawks vandaan gedoken en graaide
de bal zomaar voor zijn neus weg: intercepted. De Patriots speelden de
laatste 20 seconden in balbezit en op safe. Zege voor de Patriots.
Het blijft een raar spel en ik vind ons voetbal zeker zo aardig, maar het
maakte er de spanning niet minder om. Het was bovendien een hele bizarre
avond met al die zeilers, waarvan sommigen al meer dan vijf jaar uitsluitend
hier in de San Blas en in Panama rondvaren, tussen de Indianen.

Comments { 0 }

update

Het is alweer vijf dagen geleden dat we wat van ons hebben laten horen. We
hebben het druk gehad. Nou ja, druk, alles is relatief, maar we hadden
natuurlijk op de 26e de grote Aussie day. We werden allemaal benoemd tot
‘Aussie for a Day’, by order of the head Sheila from Pommyland, concurred by
her bloke in Oz and on the suggestion of some guy in the San Blas. De partij
begon om drie uur en werd bezocht door de bemanningen van 50-60 schepen.
Verschillende mensen hadden diverse hapjes meegenomen en de lokale bar
deed voortreffelijke zaken, hoewel een geroutineerde bar keeper
waarschijnlijk de dubbele omzet uit het feestje had kunnen halen. We stonden
regelmatig in de rij voor een biertje. We ontmoetten een aantal hele
gezellige nieuwe mensen uit Ramsgate en Wales. Ramsgate kennen we goed. Daar
hebben we voor het eerst de Nelly Rose aan de grond gezet in de super smalle
doorgang de haven in bij laag water. Maar even en een beetje hoor, maar het
stel kende, net als iedere zeiler uit Ramsgate, de plek waar we het over
hadden. Het stel uit Wales kwam uit de Why-Valley – ik hoop, dat ik het goed
schrijf – waar ik ooit met dochter Leonie ben geweest bij onze Round Britain
op de motor. Het was een van de meest pittoreske plekjes van die tocht en
dankzij de schapen, die ons wakker blaatten om een uur of vijf ‘s morgens,
zagen we daar, hoe de vallei wakker werd bij de eerste zonnestralen. Kortom
we kenden elkaar meteen al goed en de volgende avond kwamen ze bij ons aan
boord borrelen. We hebben gekneusde ribben van het lachen er aan over
gehouden. Het is jammer, dat we de volgende dag al allemaal verschillende
kanten op zouden gaan, anders waren er vast nog meer gedenkwaardige sessies
gevolgd.
Voorafgaand aan die borrel was er eerst nog een rommel markt, waar iedereen
overbodige spullen kwam verkopen, zodat die op een andere boot overbodig
zouden kunnen zijn. Hoewel, wij hebben er een paraplu ankertje voor de
dinghy gekocht. We hadden net na de feestavond tegen elkaar gezegd (echt
waar), dat we nog zo’n ankertje nodig zouden hebben, omdat die effectiever
zou zijn dan de geitenpen die we aan boord hebben. Zo’n geitenpen doet niets
in mul strandzand en dat paraplu ankertje best wel.
Verder was ik tussen de bedrijven door geabsorbeerd door het boek “A tale
for the Time Being” van Ruth Ozeki. The Time Being is het moment, het nu.
Het is enerzijds een ingewikkeld boek met meerdere lagen tot in de quantum
fysica aan toe, maar het heeft ook een boeiend verhaal over de schrijfster
op een eiland in Canada (Ruth zelf) en haar man, die het dagboek van een
Japans meisje vindt, waarin ze verhaalt over haar eigen leven en dat van
haar familie tijdens de oorlog. Ik kan het van harte aanbevelen. Hanneke had
het voor mij gelezen en had het mij ook aanbevolen.
Ik heb het boek gisteren uitgelezen tijden onze tocht terug naar het oosten
van de San Blas eilanden; naar Nargana. Een redelijk ontspannen tripje, en
een van de eerste keren, dat we echt terug zijn gevaren. Het was altijd de
bedoeling om de San Blas van oost naar west te ontdekken, maar het feestje
van de Aussies kwam er tussen. Het was meer dan de moeite waard en het was
maar vier uurtjes varen om terug te komen, waar we wilden beginnen. Nargana
is een eilanddorp, dat met een overdekte stalen brug is verbonden met het
eilanddorp Corazon de Jezus. De Kuna’s die hier wonen hebben de traditionele
leefwijze eraan gegeven en zijn – zeg maar – verwesterd. Het is voor ons
natuurlijk, zeker omdat we hier maar kort zijn, onmogelijk om de vinger
erachter te krijgen, hoe dit de onderlinge relaties beïnvloedt en in welke
richting de balans verschuift. Het is zeker niet zo, dat Nargana er op de
een of andere manier ‘beter’ uitziet dan de traditionele woonplaatsen zoals
we die tot nu toe hebben gezien. Het is wel grappig om te zien, dat Corazon
de Jezus er schoner uitziet dan Nargana. De brug is echt maar een meter of
honderd lang, maar je gaat duidelijk van het ene naar het andere dorp.
Morgen gaan we met de dinghy op safari de Rio Diablo op.

Comments { 0 }

Cayos Limón

We zijn verkast van de Cayo Holandés naar de Cayos Limón. Dat is iets meer het toeristische gewoel in, maar dat komt, omdat er hier morgen een feest wordt georganiseerd door de Australiërs. Ze verwachten een stuk of 60 boten, dus het zal een behoorlijke partij worden. Het duurt dan tot het einde van de maand, maar hoeveel we daar van mee gaan maken, weten we nog niet.
We zijn in de de Holandés ook nog op bezoek geweest op het eiland Tiadup. Daar staan vier hutten verspreid over het eiland; één aan de oostkant, één aan de westkant en twee in het midden. We bonden onze dinghy vast aan een omgewaaide palmboom en terwijl we naar de kant waadden, verzamelden zich het welkomstcomité op het strand. Vier meisjes, waarvan er een ook nog een baby van 4 mnd. op de arm had. Eén van de meisjes, Tania, was een albino. Dat schijnt hier veel voor te komen. Er zijn maar 40.000 Kuna’s, die niet mogen trouwen met mensen van buiten en daar zou dat door kunnen komen. Het is wel een merkwaardig gezicht zo’n witblond superblank wijffie te zien staan. Ze liep voortdurend met een zonnebril op en ook aan haar lichaam kon je zien, dat ze overgevoelig was voor de zon. Ze leven hier echter in de schaduw van de palmbomen, zodat het wel uit te houden moet zijn.
De dames, de oudsten zullen niet ouder geweest zijn dan een jaar of tien, keken uitermate wijs uit de ogen en vroegen of we iets wilden kopen, zoals sinaasappels, bananen of vis; en Mola’s natuurlijk. We zeiden, dat we wel tien sinaasappels wilden kopen. Ze sleepten ons mee naar de hutten op het centrum van het eiland, waar we de oma en de overgrootmoeder ontmoetten. De overgrootmoeder leek heel oud, echt heel oud. Kuna’s worden ook heel oud. Er is pas iemand begraven, die 100 was geworden. De Kuna’s leven een stressvrij bestaan en wonen op de eilanden, waar eigenlijk nauwelijks muggen zijn, de verbreiders van lastige ziekten en kwalen. Ze werken dan wel in hun tuintjes op het vaste land, maar gaan om 1 uur ‘s middags terug naar het eiland, voordat de muggen op het vaste land het verblijf daar risicovol maken. Er wordt medisch onderzoek gedaan om er achter te komen, hoe het verder komt dat de Kuna’s zo oud kunnen worden, maar de hier genoemde redenen lijken zeker een rol te spelen.
De sinaasappelen werden ons geleverd in een plastic zak voor de hoofdprijs van $5, maar we kregen er van Tania wel gratis eentje extra bij. Vervolgens werd de baby ingeleverd bij oma en werden we aan de hand meegenomen voor de ‘Vuelta’, een ronde om het eiland. Halverwege kwamen we ineens bij een grasveldje, waar een man, de bewoner van de hutten op de punt van het eiland, zijn was zat te doen. Er zat daar een zoetwaterput in de grond. Het water is niet geschikt om te drinken, maar wel om te wassen en er groeit gras. De meisjes vroegen de man beleefd of we door mochten lopen over zijn grondgebied en dat mocht. Er zijn geen hekken of andere afrasteringen, maar het eigen grondgebied wordt duidelijk wel gerespecteerd.
De heenweg van de vuelta, over de lange noordkant van het eiland, liep over een pad, dat alle drie de woonplaatsen met elkaar verbond. Voor de terugweg moesten we over het strand. Hand in hand met de meiden liepen we door, hoewel de kleinste ook af en toe gedragen wilde worden. Het was een bijzonder uitje.
De sinaasappels waren een kleine beetje teleurstellend. Hoewel de kinderen er de hele tijd van aten en aan liepen te zuigen hadden wij eerder de indruk, dat we citroenen hadden gekocht met het uiterlijk van mandarijnen. we persten er sap van en deden er een aanzienlijke hoeveelheid suiker en honing door, zodat we deze vitamientjes binnen konden krijgen, maar het smaakte echt als een gezond drankje. De man, die we zijn was hadden zien doen, kwam nog langs bij Nelly Rose en vroeg of we water hadden. Hij gaf ons een vat, dat we konden vullen. Vervolgens verkocht hij ons voor $2 een vis, die we ‘s avonds in een voortreffelijke visstoofpot hebben verwerkt.
Het was met enig hartzeer, dat we deze ankerplaats verlieten om naar ons Australische feestje te gaan. De pijn werd verlicht, omdat de ankerplaats inmiddels werd overspoeld door deelnemers aan de World ARC, die ook een paar dagen de San Blas ‘doen’. We denken wel, dat we na het partijtje nog weer terug zullen varen naar het oosten om nog iets meer van de Kuna’s te zien. Vooral de Carti eilanden zouden we graag willen zien. Die zijn vol gebouwd met huizen van mensen die op het vaste land werken.

Comments { 0 }

Eastern Holandès Cays

We zijn gisteren op bezoek geweest bij Edwino en zijn gezin. Edwino is een
Kuna indiaan, die met zijn echtgenote, hun vijf kinderen (10, 8, 4, 2 jaar
oud en de jongste van 3 maanden) en vier vissende vrienden heeft besloten om
Ogoppiriadup te gaan ontginnen. Dat eiland is een onderdeel van de Eastern
Holandès Cays waar wij liggen, een van de meer oostelijke delen van Kuna
Yala, de Kuna naam voor deze archipel. De naam San Blas komt van de Spaanse
Conquistadores en is dan ook niet echt populair bij het volk. We hebben
overigens altijd een beetje een knoop in ons hoofd, als het gaat om onze
oriëntatie. Vanuit onze lagere school geografische kennis hebben wij
overgehouden, dat de Amerika’s een noord-zuid oriëntatie hebben, maar dat
geldt hier in Midden Amerika helemaal niet. Panama ligt oost-west. Vandaar
dat we nog steeds niet westelijker zijn, dan toen we de Cabo San Antonio, de
westpunt van Cuba, rondden.
Terug naar Edwino en zijn gezin. Sommige eilanden van Kuna Yala zijn
behoorlijk dicht bevolkt. Als je een luchtfoto van zo’n eiland ziet, zoals
die in de voortreffelijke Panama Cruising Guide van Eric Bauhaus staat, dan
is het een aaneengesloten serie daken. Edwino en zijn vrouw hebben kennelijk
besloten om de ruimte op te zoeken. Dat besluit is niet eenvoudig. Op dit
moment woont het gezin in een erg eenvoudige hut, gemaakt van een frame van
stokken dat met paktouw aan elkaar zit en waar plastic omheen zit om regen
en wind buiten te houden. “Binnen” hangen drie hangmatten voor de ouders en
de oudste. De rest slaapt vrij van de grond op een bed gebouwd van balken
daaronder. Met de jaren moet dat beter worden. Ze kunnen hier leven van de
visvangst. Ze kunnen genoeg vangen om wat te verkopen aan de toeristen en
zelf van te eten. Een vetpot zal het niet zijn. Andere inkomsten bronnen
zijn het verzamelen van kokosnoten en het verkopen van Mola’s aan de
toeristen. De kokosnoten lazeren overal op het eiland als ze rijp zijn uit
de hele hoge kokospalmen. Je moet er echt geen op je kop krijgen. de
kokosnoten woorden gekocht door boten, die uit Colombia komen en die veertig
centavos per noot afrekenen. Edwino rekent zeker op de verkoop van een
vijfhonderd noten per maand.
Terwijl hij vist, Mola’s gaat verkopen, de carburateur van de
buitenboordmotor schoon maakt, de hut oplapt en staande houdt, het land
voorbereidt, zodat hij er meer bananen bomen en bomen voor sinaasappelen,
grapefruits en citroenen op kan planten, zorgt zijn vrouw voor de kinderen
en maakt ze de Mola’s. Mola’s zijn textiel kunstwerkjes. Een combinatie van
het creëren van verschillende figuren door het wegknippen van stukjes stof
van de verschillende gekleurde lagen, zodat de onderliggende laag zichtbaar
wordt en het op de bovenste laag naaien van kleine stukjes stof. Dat wordt
allemaal met garens in de passende kleur aan elkaar gezet met heel veel hele
kleine steekjes. Op die manier worden gestileerde vogels weergegeven of hele
knappe krabben met runen-achtige motieven er omheen. De Mola’s dienen als
versiering op zichzelf, maar worden ook gebruikt als onderdeel van de
prachtige kleurrijke kleren waarin de vrouwen hier gehuld gaan. Die
kleurrijke kleren worden bovendien aangevuld met kralenbanden die de vrouwen
om armen en benen dragen. Het ziet er fantastisch uit.
Het besluit om dit te gaan doen is waarschijnlijk door haar genomen. De Kuna
maatschappij is een matriarchaat, als we het ons bekende vocabulaire
gebruiken. Volgens de Guide van Bauhaus is het ‘matrilineal’, een begrip wat
we niet kennen en bij gebrek aan internet niet meteen kunnen googlen of
wikipediajen. Gaan we nog wel doen. Het is ook nogal een besluit, want het
zal het gezin voor een belangrijk deel van het jaar uit elkaar rukken. In
maart begint de school weer en gaat moeders met het kroost naar het oude
eiland terug en zullen ze elkaar maar zelden te zien krijgen.
Gelukkig was ze er nu wel. Ik heb namelijk weinig op – hoe mooi en knap ik
het ook vind – met de Mola’s. Wat moet ik ermee. Een fantasieloze houding,
die Hanneke mij natuurlijk niet in dank afneemt. Maar, eureka, wat te denken
van een Mola met een afbeelding van onze (Nelly) Roos, niet de boot, maar de
roos? We legden dat idee voor aan Edwino, toen hij de eerste keer bij ons
aan boord kwam. Hij zou het met zijn vrouw bespreken. Twee dagen later kwam
hij met de eerste, eenvoudig uitgevoerde, Mola van onze roos aanzetten. Hij
was prachtig. We hebben hem toen meteen opdracht gegeven voor een
uitgebreidere versie van de roos. Toen we gisteren bij de familie op bezoek
waren, had moeders nauwelijks tijd voor ons. Ze was keihard aan het werk
tussen de borstvoeding van de twee jongste kinderen door. Hij wordt
prachtig.

Comments { 0 }

Snorkelen is even wat minder populair,

We zijn cruisers en we leven dus met gevaar…. Nou nee. We proberen iedere vorm van gevaar zoveel mogelijk te minimaliseren en in te schatten. Als we grote barracuda’s zien zwemmen, snorkelen we gewoon door. De magnifieke stingray hebben we zelfs proberen te volgen, gebiologeerd door de prachtige beweging van zijn vleugels; wat een elegante voortbeweging. De grens bereikten we echter gisteren, toen er een boomstam voorbij kwam drijven, die niet alleen leek op een krokodil, maar er een bleek te zijn. Hij was zeker 3-4 meter groot en aan het zwemmen op hetzelfde rif, waar wij naar de rog hadden gekeken. Dat snorkelen gaat even op een laag pitje. We genieten hier van de rust en alles om ons heen. We kunnen helaas geen foto’s sturen, want internet is hier niet. We sturen deze tekst naar mijn broer Pieter, die hem op het blog plaatst. Wij hebben geen internet, maar de Kuna’s op het eilandje achter ons hebben zelfs geen stroom. Ze gaan naar bed als het donker wordt en staan op een uur voor de dag begint, zodat zij kunnen vissen met het eerste daglicht. Ze werken tot 1 uur ‘s middags en de rest van de tijd houden ze aan zichzelf. Een beetje zoals de Kogui dat ook deden. De Kuna’s hebben autonomie in dit gebied, dat hoort bij Panama. Ze besturen dat via hun Congreso. We komen daar zeker nog op terug. De boot van het Congreso is wel al de dollars voor ons verblijf van maximaal een maand op komen halen. Dat ging met een motorboot. Verder verplaatsen zij zich vooral in uitgeholde boomstammen. We gebruiken de rust ook om de boot groot onderhoud te geven. We werken ook in de ochtend. Het zand van Santa Marta is goeddeels verdwenen en de Hydrovane zit weer vast. Sinds we de Hydrovane hebben, heb ik me afgevraagd, waarom andere windvaanstuurinrichtingen met een complex stelsel van lijnen en katrollen de boot sturen via het gewone stuurwiel of de helmstok. Ik denk echter dat de krachten daardoor op die stuurinrichting veel kleiner zijn en blijven. De Hydrovane rukt en trekt echt behoorlijk aan de spiegel en dat stelt duidelijk eisen aan de bevestiging. De bouten zaten daar waar de aluminium gietstukken van de prachtige “A”-bracket zitten, niet meer echt vast en dat ging dus werken over de hele bevestiging. Goed dat we hem (Piet) meteen buiten bedrijf hebben gesteld toen we dat meenden te zien. We hebben er alle vertrouwen in dat het nu weer goed zal werken, maar zullen dat beter in de gaten moeten houden. Ook de pomp van de WC heeft weer een onderhoudsbeurt gehad. Niet een van mijn favoriete klusjes en dus het slachtoffer van veel uitstel. Dat heeft het grote voordeel dat het contrast tussen de werking van de pomp ‘voor’ en ‘na’ veel groter is en het werk dus dankbaarder. Het chroom van de boot ziet er weer helemaal top uit, maar ergens voordat we de Pacific in gaan zal de romp en het dek nog weer een keer in de was gezet moeten worden. Dat had misschien nog niet gehoeven als we niet in de zandstraalstormen in Santa Marta hadden gelegen, maar dat hebben we wel. Verder: We liggen heerlijk beschut achter een eiland met een mooi zilveren strand (en een krokodil) en hoge palmbomen, in azuurblauw water met een temperatuur van 31 graden. Hanneke trekt ‘s avonds als we in de muggenvrije buitenlucht aan dek zitten wel even een dun truitje aan om zich te beschermen tegen de koelte.

Comments { 0 }